Tools

Vetpercentage berekenen: met een meetlint of een huidplooitang

Vier gepubliceerde formules schatten je vetpercentage uit omtrekmaten, huidplooien of alleen je lengte en gewicht. Bij dezelfde man geven ze 12 tot 20 procent. Elke formule geeft zijn eigen standaardfout op, en die ligt tussen 3,3 en 4,8 procentpunt. Deze rekenhulp zet ze naast elkaar en rondt af op hele procenten.

Bereken je vetpercentage

Deze rekenhulp heeft JavaScript nodig. Staat dat uit, dan staan alle vier de formules verderop nog gewoon op de pagina, met bron en al. Ze zijn met een rekenmachine na te doen. Dat is met opzet.

De vier formules staan hieronder uitgeschreven, met de bron erbij. Reken het zelf na.

Kort antwoord

Hoe reken je je vetpercentage uit?
Met een formule, en er zijn er vier. Eén werkt met een meetlint, twee met een huidplooitang, en de vierde heeft niets nodig dan je lengte en je gewicht. Drie van de vier geven eerst een lichaamsdichtheid, dus gewicht gedeeld door volume, en die gaat daarna door de vergelijking van Siri.6

Geven die vier methoden hetzelfde antwoord?
Nee. Bij een man van 30 jaar, 80 kilo en 1,80 meter komen ze uit op 12 tot 20 procent. Drie zeggen 20, de vierde zegt 12. Dat is 8,2 procentpunt verschil bij één persoon op één middag.

Hoe nauwkeurig is een vetpercentage uit een formule?
Drie tot bijna vijf procentpunt marge, per methode. Elke bron geeft zijn eigen standaardfout op, en dat is de marge waarbinnen ongeveer twee derde van de mensen valt. Die marge is 3,3 procentpunt bij Jackson en Pollock, 4,1 bij Deurenberg en 4,8 bij Durnin en Womersley voor vrouwen.124

Waar heb je dat getal voor nodig?
Voor je vetvrije massa. Bij diezelfde man is dat 64 tot 70 kilo. De formule van Cunningham op de TDEE-rekenhulp vraagt erom, en op de eiwitrekenhulp rekenen twee van de tien normen per kilo vetvrije massa.

Zo rekenen we op de rest van deze site

Wat is je vetpercentage?

Je vetpercentage is het deel van je gewicht dat uit vet bestaat. De rest heet vetvrije massa: spier, water, organen, skelet en al het andere bij elkaar.

Aan jou wordt hier niets gemeten en niets gewogen. Vier gepubliceerde formules schatten dat percentage uit maten die je zelf kunt nemen, met een lint of met een tang. Ze zijn het onderling niet eens, en dat verschil is de reden dat ze hier alle vier naast elkaar staan.

Wat je nodig hebt, en wat je er dan voor krijgt

Een meetlint kost bijna niets en zet de omtrekmethode aan. Een huidplooitang levert er twee bij, want beide plooimethoden hebben er een nodig. Heb je geen van beide, dan blijft de BMI-formule over, en die rekent alleen met je lengte, je gewicht en je leeftijd.

Van de vier geeft die formule de grootste standaardfout op: 4,1 procentpunt.4 Hij ziet niet of jij zwaar bent van vet of van spier.4 Dat is de prijs voor het gemak.

De vier methoden, zodat je ze zelf kunt nadoen

Alle vier staan gepubliceerd en zijn met een gewone rekenmachine na te doen. Dat is met opzet. Reken ze na.

Omtrekmethode: Hodgdon en Beckett, 1984

Een meetlint, en verder niets. De vergelijking staat voluit in tabel 2-1 van het Institute of Medicine, met omtrekken en lengte in centimeters.3 Hieronder staat hij zoals wij hem rekenen. Dat is voor mannen letterlijk de afgedrukte regel; bij vrouwen wijkt er één teken af, en waarom staat verderop.

Wie Lichaamsdichtheid
Man −0,191 × log10(taille − hals) + 0,155 × log10(lengte) + 1,032
Vrouw −0,350 × log10(taille + heup − hals) + 0,221 × log10(lengte) + 1,296
De tabel drukt bij vrouwen een plusteken af voor de hals. Zie Een plusteken in de gepubliceerde tabel dat niet uitkomt.

In beide regels staat log10 voor de logaritme met grondtal tien, de knop die op je rekenmachine gewoon log heet. De standaardfout is 3,52 procentpunt bij mannen en 3,72 bij vrouwen, gemeten tegen onderwaterweging.3 De vergelijkingen zijn afgeleid op militair personeel en niet op de algemene bevolking.3

Vier huidplooien: Durnin en Womersley, 1974

Vier plooien opgeteld in millimeters: biceps en triceps op de bovenarm, subscapulair onder de punt van het schouderblad, en supra-iliacaal vlak boven de heupkam.1 De vergelijking luidt: dichtheid = c − m × log10(som). De waarden c en m verschillen per geslacht en per leeftijdsband, en de rekenhulp vult ze voor je in.

Afgeleid bij 209 mannen en 272 vrouwen van 16 tot 72 jaar, gemeten in Glasgow.1 De standaardfout staat hier in dichtheid en niet in procenten: 0,0084 bij mannen en 0,0102 bij vrouwen. Omgerekend is dat ongeveer 3,7 en 4,8 procentpunt.

Drie huidplooien: Jackson en Pollock, 1978

Borst, buik en voorkant dij. De vergelijking luidt: dichtheid = 1,1093800 − 0,0008267 × S + 0,0000016 × S² − 0,0002574 × leeftijd.2 Daarin is S de som van de drie plooien in millimeters.

Afgeleid bij 308 mannen en daarna nagemeten bij 95 anderen, allemaal tussen 18 en 61 jaar.2 De standaardfout is 0,0077 in dichtheid, ongeveer 3,3 procentpunt, en dat is de smalste marge van de vier.

BMI-formule: Deurenberg en collega’s, 1991

vetpercentage = 1,20 × BMI + 0,23 × leeftijd − 10,8 × geslacht − 5,4, met 1 voor een man en 0 voor een vrouw.4 BMI staat voor body mass index: je gewicht in kilo’s gedeeld door het kwadraat van je lengte in meters.

Afgeleid bij 1229 mensen in Wageningen, dus als enige van de vier op Nederlanders.4 De standaardfout is 4,1 procentpunt. De auteurs schrijven er zelf bij dat hun formule bij obesitas iets te hoog uitvalt.4

Drie van de vier rekenen geen vet uit, maar dichtheid

Er zit een tussenstap tussen de meting en het percentage, en die staat er zelden bij. De omtrekmethode en de twee plooimethoden voorspellen je lichaamsdichtheid, dus je gewicht gedeeld door je volume. Een vetpercentage is dat nog niet.

Daar gaat een tweede vergelijking overheen, die van Siri: vetpercentage = (4,95 / dichtheid − 4,50) × 100.6 Durnin en Womersley drukken hem voluit af,1 en tabel 2-1 doet dat los daarvan ook.3 De vierde formule slaat die stap over, maar is geijkt tegen waarden die er wel doorheen zijn gegaan.4

Onthoud die tweede stap, want aan het eind van deze pagina komt hij terug.

Wat vier methoden bij dezelfde man opleveren

Neem een man van 30 jaar, 80 kilo en 1,80 meter, met een hals van 38 centimeter en een taille van 90. Vier plooien samen 42 millimeter, drie plooien samen 40.

Methode Vetpercentage
Omtrek, Hodgdon en Beckett 20 %
Vier plooien, Durnin en Womersley 20 %
BMI, Deurenberg 20 %
Drie plooien, Jackson en Pollock 12 %

Drie van de vier komen op 20 procent uit, de vierde op 12. Die band van 12 tot 20 procent is een spreiding van 8,2 procentpunt, en in kilo’s is dat 64 tot 70 kilo vetvrije massa.

Die spreiding is geen ruis die wij hadden moeten wegwerken. Het is de uitkomst.

Waarom hier geen decimaal achter het getal staat

Een uitkomst van 18,4 procent leest alsof die 0,4 iets betekent. Dat doet hij niet.

Een decimaal belooft een tiende procentpunt, en de smalste marge onder deze vier methoden is 3,3 procentpunt.2 Dat is drieëndertig keer zo groot als die belofte. De ruimste marge is 4,8 procentpunt.1

Zo’n standaardfout dekt bovendien ongeveer twee derde van de mensen. De andere derde valt erbuiten, en aan je eigen getal zie je niet welke van de twee jij bent. Daarom ronden wij af op hele procenten.

Twee verschillende tailles, en dat is geen slordigheid

Tabel 2-1 schrijft bij mannen abdomen II en bij vrouwen abdomen I.3 Dat zijn twee plekken op het lichaam, en geen twee namen voor dezelfde plek.

Abdomen II ligt ter hoogte van de navel, abdomen I op het smalste punt tussen ribben en heup.3 Bij de meeste mensen scheelt dat een paar centimeter, en die gaan door een logaritme heen. Daarom verandert het taille-veld hierboven van naam zodra je van geslacht wisselt.

Een plusteken in de gepubliceerde tabel dat niet uitkomt

De vrouwenregel in tabel 2-1 staat afgedrukt met een plusteken voor de hals.3 Nagerekend loopt die regel vast.

Neem een vrouw van 1,68 meter, met taille 75, heup 95 en hals 32, en vul de regel in zoals hij is afgedrukt. Met het plusteken komt de dichtheid op 0,981 en het vetpercentage op 55.

Een dichtheid onder 1,000 betekent dat iemand in water blijft drijven. Onder die dichtheid kan de vergelijking van Siri nooit lager uitkomen dan 45 procent.6

Met het minteken komt dezelfde vrouw op een dichtheid van 1,039 en 26 procent. Wij rekenen met het minteken, en die controle staat vastgelegd in ons testbestand.

Waarom vrouwen drie regels krijgen en mannen vier

Jackson en Pollock leidden hun vergelijking alleen op mannen af, en presenteren hem ook zo.2 Er bestaat een tegenhanger voor vrouwen, van Jackson, Pollock en Ward uit 1980, in Medicine and Science in Sports and Exercise.

Die was op 4 augustus 2026 niet te openen, want de uitgever gaf HTTP 403. De coëfficiënten staan op tientallen rekensites, en daar koop je niks voor: een rekensite is geen bron.

Dus staat die regel hier niet. Mannen krijgen vier methoden, vrouwen drie. Het mannenartikel uit 1978 gaat achtenveertig jaar later gewoon open, het vrouwenartikel uit 1980 niet.

Waarom leeftijd erin zit, en waar de rekenhulp stopt

Drie van de vier formules rekenen met je leeftijd. Bij Durnin en Womersley zit hij in de leeftijdsbanden, bij Jackson en Pollock en bij Deurenberg in de vergelijking zelf.124

Die banden schelen iets. Dezelfde man met dezelfde vier plooien valt op zijn 29e in een andere band dan op zijn 30e, en dat is ruim 3 procentpunt.1

Buiten de leeftijden van een onderzoek rekenen wij niet door: Jackson en Pollock is afgeleid tot 61 jaar en Durnin en Womersley tot 72.12 Boven die grens valt de regel uit de tabel, in plaats van dat hij een getal verzint.

Hier staat geen gezond bereik

Op deze pagina staat met opzet geen tabel met een goed of gezond bereik. Geen van de vier bronnen onder deze rekenhulp geeft er een, en wij verzinnen er geen.1234

“Jouw percentage is goed” is een oordeel en geen rekensom. Wij rekenen uit wat er te berekenen valt en laten het oordeel weg. Wat een getal over iemand zegt, staat in geen van deze vier onderzoeken.

Waar dit getal wél voor dient: je vetvrije massa

Een vetpercentage op zichzelf doet weinig. Wat je eraan hebt is het getal eronder: je gewicht min je vet, oftewel je vetvrije massa. Daarom geeft deze rekenhulp die kilo’s er meteen bij.

Twee andere rekenhulpen op deze site vragen erom. De formule van Cunningham op de TDEE-rekenhulp rekent met vetvrije massa in plaats van met gewicht. En op de eiwitrekenhulp rekenen twee van de tien normen per kilo vetvrije massa.

Let op wat dat doet. Bij de man hierboven loopt de vetvrije massa van 64 tot 70 kilo, en die zes kilo gaan daar rechtstreeks doorheen.

Wat dit getal niet is

Dit getal is geen meting. Het is de uitkomst van formules die op groepen zijn afgeleid, en jij bent geen groep. Wil je het echt weten, dan is er onderwaterweging of een meetcabine, en dat zijn allebei metingen in een lab.

Dit is verder geen medisch advies, en bij twijfel is een arts of diëtist de aangewezen persoon.

Alles hierboven rust op één aanname

Die tweede stap neemt aan dat vet bij iedereen een dichtheid van 0,9 heeft, en de rest van het lichaam 1,10.5 Voor iedereen dezelfde twee getallen, ongeacht wie er op de weegschaal staat.

De spreiding in de dichtheid van vet zelf is kleiner dan 2 procent, dus de zwakke plek zit niet in het vet.5 Hij zit in de aanname over het vetvrije deel, en die is bij iedereen anders.

Dat vier methoden het onderling oneens zijn, is één ding. Dit is het andere. De auteurs van die omrekening, Brozek en collega’s uit 1963, schrijven zelf dat er geen algemeen geldige formules voor deze bepaling te geven zijn. Letterlijk: “It appears that no universally valid formulas for densitometric estimation of the fat content can be offered.”5

Bronnen

Klap een bron open en je ziet wat er precies uit dat onderzoek is gebruikt, welke zin uit dit stuk hij draagt, en wat hij uitdrukkelijk niet draagt.

  1. 1Durnin JVGA, Womersley J. Body fat assessed from total body density and its estimation from skinfold thickness: measurements on 481 men and women aged from 16 to 72 years. British Journal of Nutrition 1974;32(1):77-97.primaire studie, humaan, afleiding van formules · volledige tekst gelezen, PDF van 21 bladzijden opgehaald bij de uitgever en met pdftotext uitgelezen; de vergelijking van Siri kwam uit die uitlezing verminkt en is daarna op de bladzijde-afbeelding zelf nagekeken · gelezen 2026-08-04
    Opzet
    Huidplooien op vier plaatsen en lichaamsdichtheid met onderwaterweging, bij dezelfde mensen. Uit die twee metingen zijn per geslacht en leeftijdsband regressievergelijkingen afgeleid die de dichtheid schatten uit de logaritme van de plooidikte. De longinhoud tijdens het wegen is apart bepaald met stikstofverdunning.
    Onderzocht bij
    209 mannen en 272 vrouwen van 16 tot 72 jaar, gemeten in Glasgow. De auteurs schrijven zelf dat dit geen aselecte steekproef is en dat er waarschijnlijk een overwicht is van matig zittende, middenklasse mannen en vrouwen: studenten, mensen uit het bedrijfsleven en de vrije beroepen, en hun partners. Er zijn bewust ook deelnemers gezocht met andere lichaamstypen, onder meer uit een obesitaspoli, uit sportscholen en uit een balletgezelschap.
    Vergeleken met
    Eerdere plooiformules en tabellen, en binnen het artikel de vijftien mogelijke combinaties van een tot vier plooien tegen elkaar.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Voorspelde lichaamsdichtheid tegen gemeten lichaamsdichtheid, uitgedrukt als standaardfout van de schatting, in eenheden dichtheid.
    Wat er is gevonden
    Tabel 5 geeft per geslacht, per leeftijdsband en per plooicombinatie een c en een m voor dichtheid = c - m x log10(som van de plooien in mm). Voor alle vier de plooien samen, bij mannen: 17-19 jaar c 1,1620 en m 0,0630; 20-29 c 1,1631 en m 0,0632; 30-39 c 1,1422 en m 0,0544; 40-49 c 1,1620 en m 0,0700; 50 jaar en ouder c 1,1715 en m 0,0779. Bij vrouwen: 16-19 c 1,1549 en m 0,0678; 20-29 c 1,1599 en m 0,0717; 30-39 c 1,1423 en m 0,0632; 40-49 c 1,1333 en m 0,0612; 50 jaar en ouder c 1,1339 en m 0,0645. De gebundelde standaardfout van de schatting bij de vier plooien is 0,0084 voor de mannen, met een spreiding van 0,0073 tot 0,0092, en 0,0102 voor de vrouwen, met een spreiding van 0,0082 tot 0,0125. Het vetpercentage is uit de dichtheid berekend met de vergelijking van Siri uit 1956, die het artikel voluit afdrukt als procent vet = (4,95 / dichtheid - 4,50) x 100, met de opmerking dat het gebruik van de vergelijking van Brozek c.s. uit 1963 geen noemenswaardig verschil geeft. De vier plaatsen staan beschreven: biceps, triceps, subscapulair en supra-iliacaal, gemeten aan de rechterkant, waarbij de subscapulaire plooi onder ongeveer 45 graden op de verticaal wordt genomen en de supra-iliacale vlak boven de heupkam in de lijn onder de oksel. Tussen een Harpenden- en een Lange-tang is geen noemenswaardig verschil gevonden, en tussen de linker- en de rechterkant van het lichaam evenmin. Over de magere kant van de schaal schrijven de auteurs dat er te grote verschillen in lichaamsvet horen bij te kleine verschillen in plooidikte, en dat zelfs een som van 20 mm nog met een middelmatige hoeveelheid vet overeenkomt.
    Draagt in dit stuk
    De tien coefficientenparen die de rekenhulp invult voor de methode met vier plooien, per geslacht en leeftijdsband. De standaardfout van die methode, 0,0084 bij mannen en 0,0102 bij vrouwen, die in de rekenhulp naar procentpunten wordt omgerekend. De vergelijking van Siri, die alle drie de dichtheidsmethoden in deze rekenhulp gebruiken, inclusief de constanten 4,95 en 4,50. De beschrijving van de vier meetplaatsen in de legenda bij de tekening, inclusief de hoek van 45 graden en de lijn onder de oksel. De regel dat je aan de rechterkant meet en dat het merk tang niet uitmaakt. De reden dat leeftijd in deze rekenhulp een veld is: de leeftijdsbanden verschillen zo sterk dat 29 en 30 jaar bij dezelfde plooien ruim 3 procentpunt schelen. En de eigen waarschuwing van de auteurs over magere mensen.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Dit onderzoek zegt niets over een voedingsstof, niets over een supplement en niets over wat iemand zou moeten eten. Het geeft geen gezond of nastrevenswaardig bereik, en het spreekt zich niet uit over wat een percentage over iemand betekent. Het is Schots en niet Nederlands, en het is geen aselecte steekproef; de auteurs schrijven dat zelf. De oudste deelnemer was 72, dus boven die leeftijd draagt het niets, en daarom valt die regel in de rekenhulp weg. Het draagt ook de omrekening van Brozek NIET: die wordt genoemd maar niet afgedrukt.
    Belangen en financiering
    Universiteit van Glasgow. Het werk is deels betaald uit subsidies van de Medical Research Council en de US Public Health Service (AM 5104). Geen commerciele financier vermeld.

    https://doi.org/10.1079/BJN19740060 · DOI 10.1079/BJN19740060 · PMID 4843734

  2. 2Jackson AS, Pollock ML. Generalized equations for predicting body density of men. British Journal of Nutrition 1978;40(3):497-504.primaire studie, humaan, afleiding van formules · volledige tekst gelezen, PDF van 8 bladzijden opgehaald bij de uitgever en met pdftotext uitgelezen · gelezen 2026-08-04
    Opzet
    Huidplooien op zeven plaatsen, lichaamsomtrekken en lichaamsdichtheid gemeten bij dezelfde mannen. Daarna zijn met meervoudige regressie vergelijkingen afgeleid die de dichtheid schatten uit de som van de plooien, het kwadraat van die som en de leeftijd. De vergelijkingen zijn daarna nagemeten op een tweede, apart gehouden groep.
    Onderzocht bij
    308 mannen om de vergelijkingen op af te leiden en 95 mannen om ze op na te meten, allen tussen 18 en 61 jaar.
    Vergeleken met
    De logaritmische tegen de kwadratische vorm van dezelfde som, en de vergelijkingen op zeven plooien tegen die op drie plooien. In de bespreking ook tegen de standaardfouten die Durnin en Womersley in 1974 opgaven.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Voorspelde lichaamsdichtheid tegen gemeten lichaamsdichtheid: meervoudige correlatie en standaardfout van de schatting, in eenheden dichtheid.
    Wat er is gevonden
    Tabel 4 geeft acht vergelijkingen. Vergelijking 5, de kwadratische vorm op de som van drie plooien, luidt: dichtheid = 1,1093800 - 0,0008267 x S + 0,0000016 x S kwadraat - 0,0002574 x leeftijd, met een correlatie van 0,905 en een standaardfout van 0,0077. Vergelijking 1, op de som van zeven plooien, luidt: dichtheid = 1,11200000 - 0,00043499 x S + 0,00000055 x S kwadraat - 0,00028826 x leeftijd, met een correlatie van 0,902 en een standaardfout van 0,0078. S is de som van de plooidikten in mm. De zeven plaatsen zijn borst, oksel, triceps, subscapulair, buik, supra-iliacaal en voorkant dij; de drie zijn borst, buik en dij. De namening op de aparte groep gaf standaardfouten die vrijwel gelijk waren aan die van de afleidingsgroep, en de auteurs noemen dat het sterkste bewijs dat de vergelijkingen bruikbaar zijn bij mannen die verschillen in leeftijd en in dichtheid.
    Draagt in dit stuk
    De vier coefficienten van de regel met drie plooien in deze rekenhulp, letterlijk zoals ze in tabel 4 staan. De standaardfout van die regel, 0,0077, die in de rekenhulp naar procentpunten wordt omgerekend. De drie meetplaatsen borst, buik en dij in de legenda bij de tekening. De leeftijdsgrenzen 18 tot 61 waarbuiten deze regel in de rekenhulp wegvalt. En de reden dat leeftijd ook hier in de formule zit: de auteurs schrijven dat het opnemen van leeftijd als variabele het verschil in beginwaarde tussen leeftijdsgroepen opvangt, zodat er geen aparte vergelijking per leeftijdsband nodig is.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron zegt niets over vrouwen. De vergelijkingen zijn uitsluitend op mannen afgeleid en de auteurs presenteren ze ook zo. Er staat geen gezond bereik in, er staat niets over een voedingsstof of een supplement in, en er staat niets in over wat een percentage over iemand betekent. De oudste deelnemer was 61. De vergelijking op zeven plooien staat wel in dit artikel maar niet in onze rekenhulp: daar zijn zeven plooien voor nodig en de winst in standaardfout is er niet, want die is met 0,0078 iets groter dan de 0,0077 van de drie plooien.
    Belangen en financiering
    Niet vermeld in de tekst die wij hebben gelezen. Het artikel dateert uit 1978, toen een belangenverklaring nog geen vast onderdeel was.

    https://doi.org/10.1079/BJN19780152 · DOI 10.1079/BJN19780152 · PMID 718832

  3. 3Institute of Medicine. Assessing Readiness in Military Women: The Relationship of Body, Composition, Nutrition, and Health. Washington DC: The National Academies Press, 1998. Hoofdstuk 2, tabel 2-1, U.S. Military Body Composition Equations.rapport van een expertcommissie, met de formules voluit getabelleerd · tabel 2-1 en de omliggende paragraaf volledig gelezen; de vergelijkingen zijn woord voor woord uit de brontekst gecontroleerd en niet uit een samenvatting overgenomen · gelezen 2026-08-04
    Opzet
    Rapport van een commissie van het Amerikaanse Institute of Medicine. Geen eigen experiment: een beoordeling van de lichaamssamenstellingsnormen van de krijgsmacht, met een tabel die de gebruikte voorspellingsvergelijkingen per krijgsmachtdeel voluit afdrukt, met bronvermelding, correlatie en standaardfout erbij.
    Onderzocht bij
    Niet van toepassing als eigen steekproef. De vergelijkingen die de tabel afdrukt zijn afgeleid op militair personeel; het rapport verwijst daarvoor naar Hodgdon en Beckett 1984a en 1984b.
    Vergeleken met
    De vergelijkingen van de andere krijgsmachtdelen, die in dezelfde tabel staan, allemaal nagemeten tegen onderwaterweging.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Voorspeld vetpercentage tegen onderwaterweging: correlatie en standaardfout van de schatting, in procentpunten vet.
    Wat er is gevonden
    Tabel 2-1 drukt onder het kopje Navy (Hodgdon and Beckett, 1984a, b) and Air Force af, letterlijk: voor mannen dichtheid = -0,191 x log10(abdomen II - hals) + 0,155 x log10(lengte) + 1,032, gevolgd door procent vet = 100 x [(4,95/dichtheid) - 4,5], met een correlatie van 0,90 en een standaardfout van 3,52. Voor vrouwen dichtheid = -0,350 x log10(abdomen I + heup + hals) + 0,221 x log10(lengte) + 1,296, met dezelfde omrekening, een correlatie van 0,85 en een standaardfout van 3,72. Onder de tabel staat dat omtrekmaten en lengte in centimeters zijn. De tabel onderscheidt abdomen I en abdomen II als twee verschillende meetplaatsen, en gebruikt abdomen II bij de mannen en abdomen I bij de vrouwen.
    Draagt in dit stuk
    De zes coefficienten van de omtrekmethode in deze rekenhulp, en de opgave dat er in centimeters wordt gemeten. De standaardfouten 3,52 voor mannen en 3,72 voor vrouwen, die in de derde kolom van de rekenhulp staan. Het onderscheid tussen twee verschillende taillematen, dat de rekenhulp overneemt in het veld dat van naam verandert als je van geslacht wisselt: abdomen II ter hoogte van de navel bij mannen, abdomen I op het smalste punt bij vrouwen. En de bevestiging, los van bron 1, dat de omrekening van dichtheid naar vet met 4,95 en 4,50 gaat.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    TWEE DINGEN, EN ZE ZIJN ALLEBEI BELANGRIJK. Ten eerste: het plusteken voor de hals in de vrouwenregel is een DRUKFOUT en die volgen wij niet. Nagerekend voor een vrouw van 168 cm met taille 75, heup 95 en hals 32 geeft het plusteken een dichtheid van 0,981 en daarmee 54,6 procent vet; een dichtheid onder 1,000 betekent dat iemand in water blijft drijven, en de vergelijking van Siri kan onder die dichtheid nooit lager uitkomen dan 45 procent. Met het minteken komt dezelfde vrouw op 1,039 en 26,5 procent. Wij rekenen met het minteken en de controle staat vastgelegd in bin/test-body-fat.js. Ten tweede: deze bron draagt de coefficienten met VIJF decimalen niet, want die staan hier niet. Die circuleren overal en komen uit de oorspronkelijke rapporten van het Naval Health Research Center, die wij niet open kregen. Nagerekend scheelt dat voor een man van 180 cm met taille 90 en hals 38 ongeveer 0,09 procentpunt, tegen een standaardfout van 3,52 procentpunt voor deze methode. Verder: dit rapport zegt niets over een voedingsstof of een supplement, en de vergelijkingen zijn afgeleid op militair personeel en niet op de algemene bevolking.
    Belangen en financiering
    Rapport van het Institute of Medicine, onderdeel van de National Academies. Opgesteld op verzoek van het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat ook de opdrachtgever van de onderliggende normen is. Dat belang is zichtbaar en staat in het rapport zelf vermeld.

    https://nap.nationalacademies.org/read/6104/chapter/4 · DOI 10.17226/6104

  4. 4Deurenberg P, Weststrate JA, Seidell JC. Body mass index as a measure of body fatness: age- and sex-specific prediction formulas. British Journal of Nutrition 1991;65(2):105-114.primaire studie, humaan, afleiding van een formule · volledige tekst gelezen, PDF opgehaald bij de uitgever en met pdftotext uitgelezen · gelezen 2026-08-04
    Opzet
    Bij een grote groep mensen is het vetpercentage bepaald uit lichaamsdichtheid, en daarnaast zijn lengte en gewicht gemeten. Uit die gegevens is met regressie een formule afgeleid die het vetpercentage schat uit alleen de body mass index, de leeftijd en het geslacht. De groep is in tweeen gedeeld, zodat de formule op de ene helft kon worden afgeleid en op de andere nagemeten.
    Onderzocht bij
    1229 gezonde mensen, 521 mannen en 708 vrouwen, met een leeftijd van 7 tot 83 jaar en een brede spreiding in body mass index. Zij deden mee als vrijwilliger aan onderzoek naar lichaamssamenstelling en dagelijks verbruik bij de vakgroep Humane Voeding in Wageningen. Nederlands onderzoek.
    Vergeleken met
    Varianten van dezelfde formule met en zonder wisselwerkingstermen, en een aparte formule voor kinderen tot en met 15 jaar.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Voorspeld vetpercentage tegen het uit dichtheid bepaalde vetpercentage: verklaarde variantie en standaardfout van de schatting, in procentpunten vet.
    Wat er is gevonden
    Voor volwassenen luidt de formule: vetpercentage = 1,20 x body mass index + 0,23 x leeftijd - 10,8 x geslacht - 5,4, waarbij geslacht 1 is voor mannen en 0 voor vrouwen. De verklaarde variantie is 0,79 en de standaardfout van de schatting 4,1 procentpunt. Voor kinderen geldt een aparte formule, vetpercentage = 1,51 x body mass index - 0,70 x leeftijd - 3,6 x geslacht + 1,4, met een verklaarde variantie van 0,38 en een standaardfout van 4,4. Bij mensen boven de 18 is het vetpercentage uit de dichtheid berekend met de vergelijking van Siri. De auteurs melden dat de formules bij mensen met obesitas het vetpercentage licht overschatten.
    Draagt in dit stuk
    De vierde regel in deze rekenhulp, letterlijk zoals hij hier staat, en zijn standaardfout van 4,1 procentpunt. Het is de enige van de vier methoden waarvoor je niets nodig hebt dan een weegschaal en een meetlat, en tegelijk die met de grootste standaardfout van de vier. En het is de enige Nederlandse bron onder deze rekenhulp.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron geeft geen gezond of nastrevenswaardig bereik en zegt niets over een voedingsstof of een supplement. De kinderformule staat wel in het artikel maar niet in onze rekenhulp, want die begint bij 18 jaar. De formule is afgeleid op mensen uit Nederland, en het artikel draagt geen uitspraak over andere bevolkingsgroepen. De auteurs schrijven zelf dat de schatting bij obesitas iets te hoog uitvalt, dus in dat bereik draagt hij minder dan het getal doet vermoeden. En hij zegt niets over sporters: wie meer spier draagt dan gemiddeld bij zijn lengte, heeft een hogere body mass index zonder meer vet, en deze formule kan dat verschil niet zien.
    Belangen en financiering
    Vakgroep Humane Voeding van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Geen commerciele financier vermeld in de tekst die wij hebben gelezen.

    https://doi.org/10.1079/BJN19910073 · DOI 10.1079/BJN19910073 · PMID 2043597

  5. 5National Research Council. Methodologies for Measuring Body Composition in Humans. In: Designing Foods: Animal Product Options in the Marketplace. Washington DC: National Academy Press, 1988.hoofdstuk in een rapport van een expertcommissie · het deel over dichtheidsbepaling volledig gelezen; de twee aangehaalde passages zijn woord voor woord uit de brontekst gecontroleerd en niet uit een samenvatting overgenomen. Het volledige hoofdstuk over alle meetmethoden is niet doorgenomen · gelezen 2026-08-04
    Opzet
    Beschouwend hoofdstuk waarin de meetmethoden voor lichaamssamenstelling naast elkaar worden gezet, met de aannames en de foutenbronnen van elke methode erbij. Geen eigen experiment.
    Onderzocht bij
    Niet van toepassing. Dit hoofdstuk beoordeelt methoden en verzamelt geen eigen gegevens.
    Vergeleken met
    Onderwaterweging tegen andere benaderingen van lichaamssamenstelling, waaronder bepaling via het totale lichaamswater.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Niet van toepassing. Het hoofdstuk beschrijft aannames en foutmarges en rapporteert geen eigen uitkomst.
    Wat er is gevonden
    Letterlijk: bij de omrekening van dichtheid naar vet wordt gerekend met een waarde van 0,9 voor de dichtheid van lichaamsvet en 1,10 of 1,095 voor de dichtheid van het gemengde weefsel dat geen vet is, en die waarden komen van Brozek c.s. uit 1963. De spreiding in de dichtheid van vet zelf is kleiner dan 2 procent en draagt dus weinig bij aan de fout. Het is echter niet houdbaar om aan te nemen dat de samenstelling van het vetvrije deel bij iedereen gelijk is, en de waarde 1,095 komt uit onderzoek aan overledenen en moet daarom voorzichtig worden gebruikt. Het hoofdstuk sluit dit deel af met een citaat van Brozek c.s. uit 1963, na een uitvoerige beoordeling van de methode: het lijkt erop dat er geen universeel geldige formules voor de dichtheidsbepaling van het vetgehalte kunnen worden gegeven.
    Draagt in dit stuk
    De aannames waarop elke dichtheidsmethode in deze rekenhulp rust, en die daarom op de pagina staan: vet met dichtheid 0,9 en de rest van het lichaam met 1,10, voor iedereen gelijk. En het citaat waarmee de pagina eindigt, dat van de auteurs van de omrekening zelf komt: er zijn geen universeel geldige formules te geven. Ook: dat de spreiding in de dichtheid van vet zelf klein is, zodat de zwakke plek in de aanname over het vetvrije deel zit en niet in het vet.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Dit hoofdstuk drukt de omrekening van Brozek NIET af, en wij dus ook niet. Het rekenvoorbeeld dat het hoofdstuk geeft om de fout te laten zien, 11 procent tegen 23 procent bij twee verschillende aannames, gaat over een ZUIGELING en niet over een volwassene; het hoofdstuk schrijft er zelf bij dat de grootste verandering in de samenstelling van het vetvrije deel bij de groei van een zuigeling optreedt. Dat getal staat daarom niet op onze pagina en die vergelijking gaat niet op voor de mensen die deze rekenhulp gebruiken. Het hoofdstuk zegt verder niets over een voedingsstof of een supplement.
    Belangen en financiering
    National Research Council, onderdeel van de National Academies. Het bredere rapport gaat over de markt voor dierlijke producten; dat is bij dit methodologische hoofdstuk zichtbaar maar niet sturend.

    https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK218181/

  6. 6Siri WE. The gross composition of the body. University of California Radiation Laboratory Publication no. 3349, 1956.primaire publicatie, niet gelezen · niet gelezen; de vergelijking komt uit bron 1 en is bevestigd in bron 3 · gelezen 2026-08-04
    Opzet
    Afleiding van de omrekening van lichaamsdichtheid naar vetpercentage, uit een model dat het lichaam in twee delen verdeelt: vet en al het andere.
    Onderzocht bij
    Niet vastgesteld door ons, want wij hebben deze publicatie niet gelezen.
    Vergeleken met
    Niet vastgesteld door ons.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Vetpercentage, afgeleid uit lichaamsdichtheid.
    Wat er is gevonden
    De vergelijking luidt: procent vet = (4,95 / dichtheid - 4,50) x 100. Zo staat hij afgedrukt in bron 1, met bronvermelding, en met dezelfde constanten in bron 3.
    Draagt in dit stuk
    De omrekening die drie van de vier methoden in deze rekenhulp gebruiken, en die van de vierde de ijking bepaalt.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze publicatie is door ons NIET gelezen. De vergelijking is overgenomen uit bron 1, waar hij voluit staat afgedrukt met bronvermelding, en onafhankelijk teruggevonden in bron 3. Wij kunnen dus zelf niets zeggen over de afleiding, over de aannames erachter of over de groep waarop ze rusten. Wat wij over die aannames weten, weten wij uit bron 5 en niet hieruit.
    Belangen en financiering
    Niet gecontroleerd, want de tekst is niet gelezen.

    https://www.osti.gov/biblio/4331868