Bereken je TDEE
Deze rekenhulp heeft JavaScript nodig. Staat dat uit, dan blijven de formules verderop op deze pagina gewoon staan. Ze zijn met een rekenmachine na te doen, en dat is met opzet.
Jouw TDEE volgens de formules
kilocalorieën per dag, afgerond op tientallen
| Formule | BMR (in rust) | TDEE (maal PAL) |
|---|
De band waarin jouw TDEE waarschijnlijk ligt
Bij drie van de vier mensen ligt het echte verbruik binnen deze band. Bij de vierde niet: die zit er verder naast, tot een derde te hoog of te laag. Dat is nagemeten bij 767 mensen.1
De drie formules staan hieronder uitgeschreven, met de bron erbij, zodat je ze met een rekenmachine kunt nadoen.
Kort antwoord
- Wat is TDEE?
- Total Daily Energy Expenditure. Alles wat je op een etmaal verstookt, in kilocalorieën: je verbruik in rust plus alles wat je daarbovenop doet. Ook wel je onderhoudsniveau genoemd.
- Hoe bereken je je TDEE?
- BMR maal PAL. Eerst je verbruik in rust uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht, daarna maal je PAL-waarde: je totale verbruik gedeeld door je verbruik in rust, gemeten met dubbelgemerkt water.1
- Wat is het verschil tussen TDEE en BMR?
- BMR is wat je in bed verstookt, TDEE is wat je op een dag verstookt. BMR is bij een gemiddelde volwassene ruwweg 60 procent van TDEE. Een PAL van 1,63 wil zeggen: 63 procent bovenop je BMR.1
- Hoe nauwkeurig is een TDEE-berekening?
- Voor drie van de vier mensen binnen 10 procent, voor de vierde niet. SACN legde de formule naast metingen bij 767 mensen: 73 procent viel binnen 10 procent, en bij de rest liep de afwijking op tot min 33 en plus 35 procent.1 Daarom staat hierboven een band en geen getal.
Wat is TDEE?
TDEE staat voor Total Daily Energy Expenditure: je totale verbruik over een etmaal, in kilocalorieën. Het is opgebouwd uit drie delen.
Het grootste deel gaat op aan niets doen. Je hart, je nieren, je lever en je hersenen draaien door terwijl jij stilligt, en dat heet je ruststofwisseling of BMR. Daarbovenop komt alles wat je beweegt, van traplopen tot trainen. En als derde kost het verwerken van je eten zelf ook kilocalorieën, ongeveer een tiende van wat je binnenkrijgt.
Die drie samen zijn je TDEE. In het Nederlands hoor je ook wel onderhoudsniveau of onderhoudscalorieën: het punt waarop wat je binnenkrijgt en wat je verstookt elkaar opheffen.
Hoe bereken je je TDEE?
In twee stappen, en elke rekenhulp doet het zo.
Stap 1. Je BMR. Een formule schat je verbruik in rust uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht. Er zijn er meerdere en ze geven verschillende antwoorden; de drie die wij gebruiken staan hieronder.
Stap 2. Maal je PAL-waarde. PAL staat voor physical activity level en is je totale verbruik gedeeld door je verbruik in rust. Bij het bevolkingsgemiddelde van 1,63 verstook je dus 63 procent bovenop je BMR.1
TDEE = BMR × PAL. Dat is alles. Het rekenwerk is triviaal; het probleem zit in beide getallen.
TDEE en BMR: wat is het verschil?
BMR is wat je verstookt als je wakker in bed ligt en niets doet: je basaalmetabolisme. TDEE is wat je op een gewone dag verstookt, dus BMR plus alles daarbovenop.
Bij een gemiddelde volwassene is BMR ruwweg 60 procent van TDEE, want 1 gedeeld door 1,63 is 0,61. Wie de hele dag zit komt dichter bij 72 procent, wie zwaar werk doet zakt naar 50 procent.1
Je komt ook RMR en REE tegen, voor resting metabolic rate en resting energy expenditure. De bronnen onder deze pagina gebruiken die termen door elkaar voor dezelfde soort meting: SACN schrijft BMR,1 Mifflin en Frankenfield schrijven resting energy expenditure.34 Wij houden BMR aan. Hoeveel de meetvoorwaarden precies schelen, hebben wij niet nagemeten en staat hier daarom niet.
De drie formules, zodat je ze zelf kunt nadoen
Alle drie zijn ze gepubliceerd en na te rekenen met een gewone rekenmachine. Ze schatten je BMR. Dat getal gaat daarna maal je PAL, en pas dan heb je een TDEE.
Henry, 2005
Afgeleid uit een databank met 10 552 gemeten waarden, verzameld uit 174 publicaties tussen 1914 en 2001.2 Gewicht in kilo, lengte in meter, uitkomst in megajoule per dag. Eén megajoule is 239 kcal.
| Wie | BMR (MJ/dag) |
|---|---|
| Man, 18 tot 30 | 0,0600 × gewicht + 1,31 × lengte + 0,473 |
| Man, 30 tot 60 | 0,0476 × gewicht + 2,26 × lengte − 0,574 |
| Man, boven 60 | 0,0478 × gewicht + 2,26 × lengte − 1,070 |
| Vrouw, 18 tot 30 | 0,0433 × gewicht + 2,57 × lengte − 1,180 |
| Vrouw, 30 tot 60 | 0,0342 × gewicht + 2,10 × lengte − 0,0486 |
| Vrouw, boven 60 | 0,0356 × gewicht + 1,76 × lengte + 0,0448 |
De leeftijdsbanden overlappen op papier. Henry schrijft 18-30, 30-60 en boven 60, dus op precies 30 staan er twee namen. Wij lezen 30 en 60 als de bovenste band. Dat scheelt voor een man van 80 kilo en 1,80 meter ruim 90 kcal per dag, dus het is geen detail.1
Mifflin-St Jeor, 1990
De formule die je op de meeste TDEE-calculators tegenkomt. Afgeleid uit metingen bij 498 gezonde Amerikanen van 19 tot 78 jaar.3 Gewicht in kilo, lengte in centimeter, uitkomst al in kcal per dag.
10 × gewicht + 6,25 × lengte − 5 × leeftijd, plus 5 als je man bent en min 161 als je vrouw bent.3
Hij staat erbij omdat een systematische review uit 2005 hem de betrouwbaarste van de gangbare formules noemde, met de smalste foutmarge. Diezelfde review zet er meteen bij dat er noemenswaardige fouten blijven staan zodra je hem op één persoon toepast.4 Harris-Benedict uit 1919, die je ook nog veel ziet, kwam er slechter uit.4
Cunningham, 1980
500 + 22 × vetvrije massa in kilo.7 Verschijnt pas als je een vetpercentage invult, want zonder dat getal valt er geen vetvrije massa te berekenen.
Waarom die erbij hoort: de andere twee formules schatten je vetvrije massa uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht. Wie meer spier draagt dan gemiddeld bij zijn lengte, wordt door die schatting te laag ingeschat. Cunningham slaat de schatting over.
Bij 90 recreatieve sporters die gemiddeld 9,1 uur per week trainden, kwam Cunningham er van de nagemeten formules het best uit: 84,9 procent van de mannen en 78,4 procent van de vrouwen binnen 10 procent van de meting.5 Let op de voorwaarde: in dat onderzoek is de vetvrije massa in een meetcabine bepaald. Vul je een geschat percentage in, dan is de uitkomst precies zo goed als die schatting.
Wat is een PAL-waarde, en welke past bij jou?
PAL is geen factor die iemand heeft bedacht. Het is een gemeten verhouding: het totale verbruik van een dag, gedeeld door het verbruik in rust. Gemeten met dubbelgemerkt water, een methode waarbij je gemerkt water drinkt en aan de uitscheiding aflezen kunt hoeveel je hebt verstookt.
Het lastige is dat je van een leefstijl niet met zekerheid een PAL-waarde kunt voorspellen. SACN schrijft dat zelf. Wat wél betrouwbaar te prijzen is, is de kost van een omschreven activiteit.1 Daarom staat er hierboven in het menu een aantal uren en keren per week, en geen etiket als “licht actief”.
De ijkpunten die SACN daarvoor geeft:
| Erbij | Wat je daarvoor doet |
|---|---|
| + 0,15 | 30 minuten matig intensief bewegen op vijf of meer dagen per week |
| + 0,2 | een uur stevig wandelen per dag, 6 tot 7,5 km per uur |
| + 0,3 | vijf keer per week een uur sport, bijvoorbeeld hardlopen op 9 km per uur |
| + 0,4 | elke dag een uur hardlopen op 9 km per uur |
| + 0,6 | dagelijks intensief trainen op wedstrijdniveau |
De waarden in het keuzemenu komen uit dezelfde bron. SACN gebruikt 1,49 voor minder actief dan gemiddeld, 1,63 voor gemiddeld en 1,78 voor actiever dan gemiddeld.1 FAO, WHO en UNU delen de hele range in drie: 1,40 tot 1,69 voor zittend of licht actief, 1,70 tot 1,99 voor actief, 2,00 tot 2,40 voor zwaar actief. Boven 2,40 houdt vrijwel niemand het lang vol.6
Waarom PAL 1,2 voor zittend werk te laag is
De meeste rekenhulpen bieden 1,2 aan voor zittend werk. Dat getal komt uit het Amerikaanse DRI-rapport.
SACN heeft het nagerekend en komt op iets anders uit. Iemand die alleen opstaat, doucht en zich aankleedt zit al op 1,35 tot 1,4. Bij ouderen die thuis wonen werd gemiddeld 1,38 gemeten. Voor mensen die niet in een bed liggen lijkt 1,38 de ondergrens, en SACN schrijft er in zoveel woorden bij dat de bovengrens van 1,4 uit het Amerikaanse rapport daarmee te laag is.1
Wie 1,2 aanbiedt, biedt dus een waarde aan die onder de gemeten ondergrens ligt. Onze laagste optie is 1,38.
Hoe nauwkeurig is een TDEE-berekening?
Een rekenhulp die 2 340 kcal zegt, doet twee beweringen. De eerste is dat jouw verbruik uit vier maten valt af te leiden. De tweede is dat die laatste 40 iets betekent.
De eerste bewering is redelijk. De tweede niet.
SACN legde de formule die zij zelf gebruikt naast echt gemeten waarden bij 767 mensen. Van hen viel 73 procent binnen 10 procent van de meting. Bij de rest liep de afwijking op tot min 33 en plus 35 procent.1 Eén op de vier mensen krijgt van een formule dus een getal dat er tientallen procenten naast zit, en niemand kan aan het getal zien of hij die vierde is.
Daarom staan er hier drie formules naast elkaar en niet één, en daarom rondt de rekenhulp af op tientallen. Het verschil tussen de formules is geen ruis die we hadden moeten wegwerken. Het is de uitkomst.
Waarom je de 10 procent voor vertering niet apart optelt
Het verwerken van voedsel kost zelf ook kilocalorieën, ongeveer 10 procent van wat je binnenkrijgt. Veel rekenhulpen doen daarom eerst BMR maal PAL, en tellen daarna nog eens 10 procent op.
Dat is dubbeltellen. PAL-waarden zijn afgeleid uit gemeten totaalverbruik, en in dat totaal zit de vertering er al in. SACN schrijft de laagste PAL-waarde zelfs voluit als 1 + 0,1 voor het verwerken van voedsel + 0,29 voor de handelingen van een gewone dag, samen 1,39.1 Die 0,1 zit er dus al in. Wie hem er nog een keer bij optelt, komt ongeveer een tiende te hoog uit.
Wat dit getal niet is
Het is geen meting. Het is de uitkomst van formules die op groepen zijn afgeleid, en het rapport van FAO, WHO en UNU schrijft er zelf bij dat die benadering geen algemeen geldige toepassing per persoon toelaat.6 Wil je het echt weten, dan is er indirecte calorimetrie, en dat is een meting in een lab.
Het is ook geen voedingsadvies. Wat je met dit getal doet hangt af van meer dan vier maten, en bij twijfel is een arts of diëtist de aangewezen persoon.