Tools

TDEE berekenen: 3 formules en de foutmarge erbij

Elke TDEE-calculator geeft een getal. Dat klopt voor drie van de vier mensen, en niemand zegt erbij wie de vierde is. Wij geven een band en drie formules.

Bereken je TDEE

Deze rekenhulp heeft JavaScript nodig. Staat dat uit, dan blijven de formules verderop op deze pagina gewoon staan. Ze zijn met een rekenmachine na te doen, en dat is met opzet.

De drie formules staan hieronder uitgeschreven, met de bron erbij, zodat je ze met een rekenmachine kunt nadoen.

Kort antwoord

Wat is TDEE?
Total Daily Energy Expenditure. Alles wat je op een etmaal verstookt, in kilocalorieën: je verbruik in rust plus alles wat je daarbovenop doet. Ook wel je onderhoudsniveau genoemd.

Hoe bereken je je TDEE?
BMR maal PAL. Eerst je verbruik in rust uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht, daarna maal je PAL-waarde: je totale verbruik gedeeld door je verbruik in rust, gemeten met dubbelgemerkt water.1

Wat is het verschil tussen TDEE en BMR?
BMR is wat je in bed verstookt, TDEE is wat je op een dag verstookt. BMR is bij een gemiddelde volwassene ruwweg 60 procent van TDEE. Een PAL van 1,63 wil zeggen: 63 procent bovenop je BMR.1

Hoe nauwkeurig is een TDEE-berekening?
Voor drie van de vier mensen binnen 10 procent, voor de vierde niet. SACN legde de formule naast metingen bij 767 mensen: 73 procent viel binnen 10 procent, en bij de rest liep de afwijking op tot min 33 en plus 35 procent.1 Daarom staat hierboven een band en geen getal.

Zo rekenen we op de rest van deze site

Wat is TDEE?

TDEE staat voor Total Daily Energy Expenditure: je totale verbruik over een etmaal, in kilocalorieën. Het is opgebouwd uit drie delen.

Het grootste deel gaat op aan niets doen. Je hart, je nieren, je lever en je hersenen draaien door terwijl jij stilligt, en dat heet je ruststofwisseling of BMR. Daarbovenop komt alles wat je beweegt, van traplopen tot trainen. En als derde kost het verwerken van je eten zelf ook kilocalorieën, ongeveer een tiende van wat je binnenkrijgt.

Die drie samen zijn je TDEE. In het Nederlands hoor je ook wel onderhoudsniveau of onderhoudscalorieën: het punt waarop wat je binnenkrijgt en wat je verstookt elkaar opheffen.

Hoe bereken je je TDEE?

In twee stappen, en elke rekenhulp doet het zo.

Stap 1. Je BMR. Een formule schat je verbruik in rust uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht. Er zijn er meerdere en ze geven verschillende antwoorden; de drie die wij gebruiken staan hieronder.

Stap 2. Maal je PAL-waarde. PAL staat voor physical activity level en is je totale verbruik gedeeld door je verbruik in rust. Bij het bevolkingsgemiddelde van 1,63 verstook je dus 63 procent bovenop je BMR.1

TDEE = BMR × PAL. Dat is alles. Het rekenwerk is triviaal; het probleem zit in beide getallen.

TDEE en BMR: wat is het verschil?

BMR is wat je verstookt als je wakker in bed ligt en niets doet: je basaalmetabolisme. TDEE is wat je op een gewone dag verstookt, dus BMR plus alles daarbovenop.

Bij een gemiddelde volwassene is BMR ruwweg 60 procent van TDEE, want 1 gedeeld door 1,63 is 0,61. Wie de hele dag zit komt dichter bij 72 procent, wie zwaar werk doet zakt naar 50 procent.1

Je komt ook RMR en REE tegen, voor resting metabolic rate en resting energy expenditure. De bronnen onder deze pagina gebruiken die termen door elkaar voor dezelfde soort meting: SACN schrijft BMR,1 Mifflin en Frankenfield schrijven resting energy expenditure.34 Wij houden BMR aan. Hoeveel de meetvoorwaarden precies schelen, hebben wij niet nagemeten en staat hier daarom niet.

De drie formules, zodat je ze zelf kunt nadoen

Alle drie zijn ze gepubliceerd en na te rekenen met een gewone rekenmachine. Ze schatten je BMR. Dat getal gaat daarna maal je PAL, en pas dan heb je een TDEE.

Henry, 2005

Afgeleid uit een databank met 10 552 gemeten waarden, verzameld uit 174 publicaties tussen 1914 en 2001.2 Gewicht in kilo, lengte in meter, uitkomst in megajoule per dag. Eén megajoule is 239 kcal.

Wie BMR (MJ/dag)
Man, 18 tot 30 0,0600 × gewicht + 1,31 × lengte + 0,473
Man, 30 tot 60 0,0476 × gewicht + 2,26 × lengte − 0,574
Man, boven 60 0,0478 × gewicht + 2,26 × lengte − 1,070
Vrouw, 18 tot 30 0,0433 × gewicht + 2,57 × lengte − 1,180
Vrouw, 30 tot 60 0,0342 × gewicht + 2,10 × lengte − 0,0486
Vrouw, boven 60 0,0356 × gewicht + 1,76 × lengte + 0,0448

De leeftijdsbanden overlappen op papier. Henry schrijft 18-30, 30-60 en boven 60, dus op precies 30 staan er twee namen. Wij lezen 30 en 60 als de bovenste band. Dat scheelt voor een man van 80 kilo en 1,80 meter ruim 90 kcal per dag, dus het is geen detail.1

Mifflin-St Jeor, 1990

De formule die je op de meeste TDEE-calculators tegenkomt. Afgeleid uit metingen bij 498 gezonde Amerikanen van 19 tot 78 jaar.3 Gewicht in kilo, lengte in centimeter, uitkomst al in kcal per dag.

10 × gewicht + 6,25 × lengte − 5 × leeftijd, plus 5 als je man bent en min 161 als je vrouw bent.3

Hij staat erbij omdat een systematische review uit 2005 hem de betrouwbaarste van de gangbare formules noemde, met de smalste foutmarge. Diezelfde review zet er meteen bij dat er noemenswaardige fouten blijven staan zodra je hem op één persoon toepast.4 Harris-Benedict uit 1919, die je ook nog veel ziet, kwam er slechter uit.4

Cunningham, 1980

500 + 22 × vetvrije massa in kilo.7 Verschijnt pas als je een vetpercentage invult, want zonder dat getal valt er geen vetvrije massa te berekenen.

Waarom die erbij hoort: de andere twee formules schatten je vetvrije massa uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht. Wie meer spier draagt dan gemiddeld bij zijn lengte, wordt door die schatting te laag ingeschat. Cunningham slaat de schatting over.

Bij 90 recreatieve sporters die gemiddeld 9,1 uur per week trainden, kwam Cunningham er van de nagemeten formules het best uit: 84,9 procent van de mannen en 78,4 procent van de vrouwen binnen 10 procent van de meting.5 Let op de voorwaarde: in dat onderzoek is de vetvrije massa in een meetcabine bepaald. Vul je een geschat percentage in, dan is de uitkomst precies zo goed als die schatting.

Wat is een PAL-waarde, en welke past bij jou?

PAL is geen factor die iemand heeft bedacht. Het is een gemeten verhouding: het totale verbruik van een dag, gedeeld door het verbruik in rust. Gemeten met dubbelgemerkt water, een methode waarbij je gemerkt water drinkt en aan de uitscheiding aflezen kunt hoeveel je hebt verstookt.

Het lastige is dat je van een leefstijl niet met zekerheid een PAL-waarde kunt voorspellen. SACN schrijft dat zelf. Wat wél betrouwbaar te prijzen is, is de kost van een omschreven activiteit.1 Daarom staat er hierboven in het menu een aantal uren en keren per week, en geen etiket als “licht actief”.

De ijkpunten die SACN daarvoor geeft:

Erbij Wat je daarvoor doet
+ 0,15 30 minuten matig intensief bewegen op vijf of meer dagen per week
+ 0,2 een uur stevig wandelen per dag, 6 tot 7,5 km per uur
+ 0,3 vijf keer per week een uur sport, bijvoorbeeld hardlopen op 9 km per uur
+ 0,4 elke dag een uur hardlopen op 9 km per uur
+ 0,6 dagelijks intensief trainen op wedstrijdniveau

De waarden in het keuzemenu komen uit dezelfde bron. SACN gebruikt 1,49 voor minder actief dan gemiddeld, 1,63 voor gemiddeld en 1,78 voor actiever dan gemiddeld.1 FAO, WHO en UNU delen de hele range in drie: 1,40 tot 1,69 voor zittend of licht actief, 1,70 tot 1,99 voor actief, 2,00 tot 2,40 voor zwaar actief. Boven 2,40 houdt vrijwel niemand het lang vol.6

Waarom PAL 1,2 voor zittend werk te laag is

De meeste rekenhulpen bieden 1,2 aan voor zittend werk. Dat getal komt uit het Amerikaanse DRI-rapport.

SACN heeft het nagerekend en komt op iets anders uit. Iemand die alleen opstaat, doucht en zich aankleedt zit al op 1,35 tot 1,4. Bij ouderen die thuis wonen werd gemiddeld 1,38 gemeten. Voor mensen die niet in een bed liggen lijkt 1,38 de ondergrens, en SACN schrijft er in zoveel woorden bij dat de bovengrens van 1,4 uit het Amerikaanse rapport daarmee te laag is.1

Wie 1,2 aanbiedt, biedt dus een waarde aan die onder de gemeten ondergrens ligt. Onze laagste optie is 1,38.

Hoe nauwkeurig is een TDEE-berekening?

Een rekenhulp die 2 340 kcal zegt, doet twee beweringen. De eerste is dat jouw verbruik uit vier maten valt af te leiden. De tweede is dat die laatste 40 iets betekent.

De eerste bewering is redelijk. De tweede niet.

SACN legde de formule die zij zelf gebruikt naast echt gemeten waarden bij 767 mensen. Van hen viel 73 procent binnen 10 procent van de meting. Bij de rest liep de afwijking op tot min 33 en plus 35 procent.1 Eén op de vier mensen krijgt van een formule dus een getal dat er tientallen procenten naast zit, en niemand kan aan het getal zien of hij die vierde is.

Daarom staan er hier drie formules naast elkaar en niet één, en daarom rondt de rekenhulp af op tientallen. Het verschil tussen de formules is geen ruis die we hadden moeten wegwerken. Het is de uitkomst.

Waarom je de 10 procent voor vertering niet apart optelt

Het verwerken van voedsel kost zelf ook kilocalorieën, ongeveer 10 procent van wat je binnenkrijgt. Veel rekenhulpen doen daarom eerst BMR maal PAL, en tellen daarna nog eens 10 procent op.

Dat is dubbeltellen. PAL-waarden zijn afgeleid uit gemeten totaalverbruik, en in dat totaal zit de vertering er al in. SACN schrijft de laagste PAL-waarde zelfs voluit als 1 + 0,1 voor het verwerken van voedsel + 0,29 voor de handelingen van een gewone dag, samen 1,39.1 Die 0,1 zit er dus al in. Wie hem er nog een keer bij optelt, komt ongeveer een tiende te hoog uit.

Wat dit getal niet is

Het is geen meting. Het is de uitkomst van formules die op groepen zijn afgeleid, en het rapport van FAO, WHO en UNU schrijft er zelf bij dat die benadering geen algemeen geldige toepassing per persoon toelaat.6 Wil je het echt weten, dan is er indirecte calorimetrie, en dat is een meting in een lab.

Het is ook geen voedingsadvies. Wat je met dit getal doet hangt af van meer dan vier maten, en bij twijfel is een arts of diëtist de aangewezen persoon.

Bronnen

Klap een bron open en je ziet wat er precies uit dat onderzoek is gebruikt, welke zin uit dit stuk hij draagt, en wat hij uitdrukkelijk niet draagt.

  1. 1Scientific Advisory Committee on Nutrition. Dietary Reference Values for Energy. London: TSO, 2011. Crown copyright, Open Government Licence.adviesrapport van een overheidscommissie · volledige tekst gelezen, PDF van 3,1 MB opgehaald en met pdftotext uitgelezen · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    Adviesrapport van de wetenschappelijke voedingscommissie van de Britse overheid. Geen eigen experiment: een herziening van de referentiewaarden voor energie, opgebouwd uit gemeten totaalverbruik met dubbelgemerkt water, en met een appendix die de gebruikte voorspellingsformules voluit tabelleert.
    Onderzocht bij
    Niet van toepassing als eigen steekproef. Het rapport rekent voor de Britse bevolking en steunt voor de nameting van de formules op de Amerikaanse DRI-dataset met dubbelgemerkt water: n=767, leeftijd 20 tot 96 jaar, BMI 18,5 tot 62, 334 mannen en 433 vrouwen.
    Vergeleken met
    De formules van Henry (2005) op gewicht, die van Henry op gewicht en lengte, en die van Schofield (1985) zoals FAO/WHO/UNU ze overneemt.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Voorspelde ruststofwisseling tegen gemeten ruststofwisseling: het percentage mensen dat binnen 10 procent van de meting viel, de wortel uit de gemiddelde kwadratische fout, en de kleinste en grootste procentuele afwijking. Daarnaast PAL-waarden, afgeleid uit met dubbelgemerkt water gemeten totaalverbruik gedeeld door de ruststofwisseling.
    Wat er is gevonden
    Tabel 18 geeft de Henry-formules op gewicht en lengte, per geslacht en leeftijdsband, in MJ per dag en in kcal per dag. Voor mannen 18-30: 0,0600 x gewicht + 1,31 x lengte + 0,473 MJ/dag; 30-60: 0,0476 x gewicht + 2,26 x lengte - 0,574; ouder dan 60: 0,0478 x gewicht + 2,26 x lengte - 1,070. Voor vrouwen 18-30: 0,0433 x gewicht + 2,57 x lengte - 1,180; 30-60: 0,0342 x gewicht + 2,10 x lengte - 0,0486; ouder dan 60: 0,0356 x gewicht + 1,76 x lengte + 0,0448. Gewicht in kg, lengte in meter. Tabel 20 geeft de nameting: Henry op gewicht en lengte haalde 73 procent binnen 10 procent van de meting, met een wortel uit de gemiddelde kwadratische fout van 114 kcal per dag en een afwijking per persoon van min 33 tot plus 35 procent. Henry op gewicht alleen haalde 70 procent, Schofield 69 procent. Paragraaf 180: het gemiddelde totaalverbruik ligt op 1,63 maal de ruststofwisseling, de spreiding in de bevolking loopt van ongeveer 1,38 tot 2,5, en voor wie minder of meer actief is dan gemiddeld zijn 1,49 en 1,78 passend. Paragraaf 290: 1,38 lijkt de ondergrens voor mensen die gewoon thuis wonen, en de bovengrens van 1,4 uit het Amerikaanse DRI-rapport is daarmee te laag. Paragraaf 289 rekent de sedentaire PAL van het DRI-rapport uit als 1 + 0,1 (verwerking van voedsel) + 0,29 (dagelijkse handelingen) = 1,39. Samenvatting S47 stelt dat je van een omschreven leefstijl niet met zekerheid een PAL-waarde kunt voorspellen, maar dat de extra kost van een omschreven activiteit wel met redelijk vertrouwen te voorspellen is. Tabel 13 geeft die kosten: plus 0,15 voor 30 minuten matig intensief bewegen op vijf of meer dagen per week, plus 0,2 voor een uur stevig wandelen per dag (6 tot 7,5 km per uur), plus 0,3 voor vijf keer per week een uur sport zoals hardlopen op 9 km per uur, plus 0,4 voor dat laatste elke dag, en plus 0,6 voor een intensief trainingsprogramma op wedstrijdniveau. Onder Prediction of the BMR staat dat de nauwkeurigheid van de Henry-formules binnen de huidige Britse bevolking nog moet worden vastgesteld.
    Draagt in dit stuk
    De zes Henry-coefficienten die de rekenhulp invult, met gewicht in kg en lengte in meter. De nameting waar de onzekerheidsband op rust: 73 procent binnen 10 procent, en een afwijking per persoon van min 33 tot plus 35 procent. De drie PAL-waarden in het keuzemenu: 1,49 voor minder actief dan gemiddeld, 1,63 voor gemiddeld, 1,78 voor actiever dan gemiddeld. De ondergrens 1,38 voor mensen die gewoon thuis wonen, en dat 1,2 als waarde voor zittend werk daar onder ligt. De reden dat wij geen aparte opslag voor het verwerken van voedsel optellen: die 0,1 zit al in de PAL-waarde, want SACN schrijft de sedentaire PAL zelf uit als 1 + 0,1 + 0,29. De hele tabel met wat een portie beweging aan PAL kost, die onder de (i) bij het keuzemenu staat en die de omschrijvingen bij 1,49, 1,63, 1,78 en 2,00 draagt. En de uitspraak dat je van een leefstijl geen PAL kunt voorspellen maar de kost van een omschreven activiteit wel. Verder afgeleid uit dezelfde PAL-waarden, door 1 erdoor te delen: dat BMR bij een gemiddelde volwassene ruwweg 60 procent van TDEE is (1 gedeeld door 1,63 is 0,61), bij iemand die vrijwel alles zittend doet ongeveer 72 procent (1 gedeeld door 1,38), en bij zwaar werk ongeveer 50 procent (1 gedeeld door 2,00). Ook: dat SACN de term BMR gebruikt waar Mifflin en Frankenfield resting energy expenditure schrijven.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Dit rapport zegt niets over een voedingsstof, niets over een supplement en niets over wat iemand zou moeten eten. Het is een rekenkader voor bevolkingsgroepen, en het schrijft zelf dat de nauwkeurigheid van de Henry-formules in de huidige Britse bevolking nog niet is vastgesteld. Het is bovendien Brits en niet Nederlands: er staat geen meting in aan een Nederlandse steekproef. En het draagt geen uitspraak over sporters, want de nameting in tabel 20 is gedaan op een algemene volwassen dataset.
    Belangen en financiering
    Overheidscommissie. Het rapport valt onder Crown copyright en de Open Government Licence. Ledenlijst en dankwoord staan in het rapport; er is geen commerciele financier vermeld.

    https://assets.publishing.service.gov.uk/media/5a7edb37ed915d74e33f2d8f/SACN_Dietary_Reference_Values_for_Energy.pdf

  2. 2Henry CJK. Basal metabolic rate studies in humans: measurement and development of new equations. Public Health Nutrition 2005;8(7A):1133-1152.primaire studie, heranalyse van een databank · niet gelezen, alleen vindplaats en omvang gecontroleerd; de coefficienten komen uit bron 1 · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    Heranalyse van een verzamelde databank met gemeten ruststofwisseling, waaruit nieuwe voorspellingsformules op gewicht en op gewicht plus lengte zijn afgeleid. Bekend als de Oxford-formules.
    Onderzocht bij
    Gegevens van 13 910 mannen, vrouwen en kinderen uit 174 publicaties tussen 1914 en 2001. Na opschoning zijn de formules afgeleid uit 10 552 waarden.
    Vergeleken met
    De formules van Schofield (1985), die FAO/WHO/UNU tot dan toe gebruikte.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Voorspelde ruststofwisseling in MJ per dag, uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht.
    Wat er is gevonden
    Er is een reeks nieuwe formules afgeleid, de Oxford-formules, die per leeftijdsband en geslacht verschillen. Ze geven lagere waarden dan de Schofield-formules bij mannen van 18-30 en 30-60 jaar en bij alle vrouwen boven de 18.
    Draagt in dit stuk
    De herkomst van de formule die deze rekenhulp bovenaan zet, en de reden dat hij Henry heet. Ook: dat deze formules zijn afgeleid uit een databank van gemeten waarden uit ruim tachtig jaar literatuur, en niet uit een enkele steekproef.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron draagt de coefficienten in onze code NIET, want wij hebben dit artikel niet zelf gelezen. Die getallen komen uit tabel 18 van bron 1, waar ze voluit staan met de vermelding Henry, 2005. Zou tabel 18 een overschrijffout bevatten, dan staat die fout ook bij ons. De bron zegt verder niets over totaalverbruik, want hij gaat alleen over de ruststofwisseling.
    Belangen en financiering
    Niet gecontroleerd. Wij hebben alleen de vindplaats en de samenvattende gegevens gezien, niet de belangenverklaring.

    https://doi.org/10.1079/PHN2005801 · DOI 10.1079/PHN2005801 · PMID 16277825

  3. 3Mifflin MD, St Jeor ST, Hill LA, Scott BJ, Daugherty SA, Koh YO. A new predictive equation for resting energy expenditure in healthy individuals. American Journal of Clinical Nutrition 1990;51(2):241-247.primaire studie, humaan, afleiding van een formule · alleen abstract gelezen · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    Meting van de ruststofwisseling met indirecte calorimetrie bij gezonde volwassenen, waarna met regressie een voorspellingsformule uit gewicht, lengte, leeftijd en geslacht is afgeleid.
    Onderzocht bij
    498 gezonde deelnemers: 247 vrouwen en 251 mannen, 19 tot 78 jaar, gemiddeld 45 jaar. 264 met een normaal gewicht en 234 met obesitas.
    Vergeleken met
    Eerdere voorspellingsformules, waaronder die van Harris en Benedict uit 1919.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Ruststofwisseling in kcal per dag, gemeten met indirecte calorimetrie.
    Wat er is gevonden
    De afgeleide formule luidt, in kcal per dag: 10 x gewicht in kg + 6,25 x lengte in cm - 5 x leeftijd in jaren, plus 5 voor mannen en min 161 voor vrouwen.
    Draagt in dit stuk
    De tweede formule in de rekenhulp, letterlijk zoals hij hier staat. En de steekproef waarop hij rust: 498 gezonde Amerikaanse volwassenen van 19 tot 78 jaar.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron zegt niets over totaalverbruik: er is alleen de ruststofwisseling gemeten, niet wat iemand op een dag verstookt. Hij zegt ook niets over sporters, want dat is geen aparte groep in deze steekproef, en niets over de vraag hoe goed de formule het bij een individu doet. Dat laatste staat in bron 4.
    Belangen en financiering
    Niet gecontroleerd. Wij hebben alleen de samenvatting gelezen en de belangenverklaring van 1990 niet apart opgezocht.

    https://doi.org/10.1093/ajcn/51.2.241 · DOI 10.1093/ajcn/51.2.241 · PMID 2305711

  4. 4Frankenfield D, Roth-Yousey L, Compher C. Comparison of predictive equations for resting metabolic rate in healthy nonobese and obese adults: a systematic review. Journal of the American Dietetic Association 2005;105(5):775-789.systematische review · alleen abstract gelezen · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    Systematische review binnen het bewijsanalyseprogramma van de Amerikaanse dietistenvereniging. De vier in de praktijk meest gebruikte voorspellingsformules zijn naast gemeten waarden gelegd.
    Onderzocht bij
    Gezonde volwassenen met en zonder obesitas, uit de studies die aan de insluitcriteria voldeden. Wij hebben het exacte aantal studies en deelnemers niet kunnen vaststellen, want dat staat niet in de samenvatting.
    Vergeleken met
    Harris-Benedict, Mifflin-St Jeor, Owen, en de formules van WHO/FAO/UNU.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Het aandeel mensen bij wie de voorspelde ruststofwisseling binnen 10 procent van de gemeten waarde lag, en de breedte van de foutmarge.
    Wat er is gevonden
    Letterlijk uit de samenvatting: de Mifflin-St Jeor-formule was de betrouwbaarste, voorspelde de ruststofwisseling binnen 10 procent van de meting bij meer mensen met en zonder obesitas dan elke andere formule, en had bovendien de smalste foutmarge. De samenvatting merkt daarbij op dat er noemenswaardige fouten en beperkingen blijven zodra je de formule op een individu toepast.
    Draagt in dit stuk
    De reden dat Mifflin-St Jeor in deze rekenhulp staat en niet Harris-Benedict: van de gangbare formules kwam deze er in de nameting het best uit. En de waarschuwing die de review er zelf bij zet: op een individu blijven er noemenswaardige fouten staan.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    De cijfers 82 procent voor Mifflin-St Jeor en 68 procent voor Harris-Benedict circuleren breed en worden aan deze review toegeschreven. Wij hebben ze NIET in de samenvatting teruggevonden en de volledige tekst zit achter een betaalmuur. Die twee getallen staan daarom niet op onze pagina. Deze bron zegt verder niets over sporters en niets over Europese steekproeven.
    Belangen en financiering
    De review is uitgevoerd binnen het bewijsanalyseprogramma van de American Dietetic Association, een beroepsvereniging. Een belangenverklaring staat niet in de samenvatting.

    https://doi.org/10.1016/j.jada.2005.02.005 · DOI 10.1016/j.jada.2005.02.005 · PMID 15883556

  5. 5ten Haaf T, Weijs PJM. Resting energy expenditure prediction in recreational athletes of 18-35 years: confirmation of Cunningham equation and an improved weight-based alternative. PLoS ONE 2014;9(10):e108460.primaire studie, humaan, vergelijking van formules · volledige tekst gelezen, open access via PubMed Central · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    De ruststofwisseling is gemeten met indirecte calorimetrie en de vetvrije massa met luchtverplaatsingsplethysmografie, een meetcabine die het volume van het lichaam bepaalt. Vervolgens zijn bestaande voorspellingsformules op die metingen losgelaten en is er een nieuwe formule afgeleid.
    Onderzocht bij
    90 recreatieve sporters: 53 mannen en 37 vrouwen, gemiddeld 23,2 jaar, allen tussen 18 en 35. Zij trainden gemiddeld 9,1 uur per week, verdeeld over gemiddeld 5 keer. Nederlands onderzoek, uitgevoerd vanuit Amsterdam.
    Vergeleken met
    Onder meer Cunningham, Harris-Benedict, Mifflin-St Jeor en De Lorenzo, plus de twee formules die de auteurs zelf afleiden.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Het aandeel deelnemers bij wie de voorspelling binnen 10 procent van de gemeten ruststofwisseling lag, plus de wortel uit de gemiddelde kwadratische fout.
    Wat er is gevonden
    De formule van Cunningham kwam er het best uit: 84,9 procent van de mannen en 78,4 procent van de vrouwen viel binnen 10 procent van de meting. De eigen formule op gewicht haalde 83,0 en 75,7 procent, die op vetvrije massa 83,0 en 72,3 procent, en De Lorenzo 77,4 en 59,5 procent. De gemeten ruststofwisseling lag gemiddeld op 7,68 MJ per dag, oftewel 1837 kcal. Tabel 4 geeft de vergeleken formules voluit, waaronder Cunningham als 22 x vetvrije massa + 500 kcal per dag. De auteurs noemen zelf als beperking dat hun deelnemers 12 uur voor de meting niet trainden waar richtlijnen 14 uur aanhouden, dat er 4 uur was gevast waar sommige richtlijnen 5 uur vragen, en dat de nieuwe formules nog in andere groepen moeten worden nagemeten.
    Draagt in dit stuk
    De reden dat de rekenhulp een derde formule aanbiedt zodra iemand zijn vetpercentage invult, en dat die Cunningham heet: bij recreatieve sporters was dat de nauwkeurigste van de nagemeten formules, met 84,9 procent van de mannen en 78,4 procent van de vrouwen binnen 10 procent. Ook de weergave van de Cunningham-formule zelf, 22 x vetvrije massa + 500.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron draagt geen uitspraak over mensen buiten 18 tot 35 jaar en geen uitspraak over mensen die niet sporten. Hij zegt ook niets over totaalverbruik: er is alleen in rust gemeten, en de PAL-vermenigvuldiging komt niet uit dit onderzoek. En hij zegt niets over de vraag hoe goed Cunningham het doet met een geschat vetpercentage in plaats van een gemeten vetpercentage; hier is de vetvrije massa in een meetcabine bepaald.
    Belangen en financiering
    De auteurs verklaren geen concurrerende belangen te hebben en melden geen financiering: These authors have no support or funding to report.

    https://doi.org/10.1371/journal.pone.0108460 · DOI 10.1371/journal.pone.0108460 · PMID 25275434

  6. 6FAO/WHO/UNU. Human energy requirements: report of a Joint FAO/WHO/UNU Expert Consultation, Rome, 17-24 October 2001. FAO Food and Nutrition Technical Report Series 1. Rome: Food and Agriculture Organization of the United Nations, 2004. ISBN 92-5-105212-3.rapport van een internationale expertcommissie · hoofdstuk over PAL en de tabel met leefstijlbanden gelezen; het volledige rapport van ruim 100 pagina's niet · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    Rapport van een gezamenlijke expertcommissie van FAO, WHO en UNU. Geen eigen experiment: een herziening van de internationale referentiewaarden voor energiebehoefte, opgebouwd uit met dubbelgemerkt water gemeten totaalverbruik.
    Onderzocht bij
    Niet van toepassing als eigen steekproef. Het rapport rekent voor bevolkingsgroepen wereldwijd.
    Vergeleken met
    Eerdere referentiewaarden, en de eigen formules van Schofield (1985), die de commissie na afweging heeft aangehouden.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Totaalverbruik uitgedrukt als veelvoud van de ruststofwisseling, oftewel de PAL-waarde.
    Wat er is gevonden
    De PAL-waarden die volwassen bevolkingsgroepen langdurig volhouden lopen van ongeveer 1,40 tot 2,40. Het rapport deelt ze in drie: een zittende of licht actieve leefstijl 1,40 tot 1,69, een actieve of matig actieve leefstijl 1,70 tot 1,99, en een zwaar actieve leefstijl 2,00 tot 2,40, met de aantekening dat waarden boven 2,40 moeilijk lang zijn vol te houden. Het rapport merkt bij de factoriele benadering op dat die geen algemeen geldige toepassing per persoon toelaat.
    Draagt in dit stuk
    De bovenkant van het keuzemenu in de rekenhulp: PAL 2,00 als begin van de band voor zwaar lichamelijk werk of dagelijks stevig trainen, en dat boven 2,40 vrijwel niemand het lang volhoudt. En de indeling in drie leefstijlbanden waar de losse waarden uit bron 1 in vallen.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Dit rapport zegt niets over een voedingsstof en niets over een supplement. Het is bovendien uitdrukkelijk geschreven voor bevolkingsgroepen en niet voor personen: het schrijft zelf dat de factoriele benadering geen algemeen geldige toepassing per persoon toelaat. Wie deze getallen op zichzelf toepast, doet dus iets wat het rapport zelf niet doet, en dat is precies waarom de rekenhulp een band toont en geen getal.
    Belangen en financiering
    Rapport van drie organisaties van de Verenigde Naties. Geen commerciele financier vermeld.

    https://www.fao.org/4/y5686e/y5686e07.htm

  7. 7Cunningham JJ. A reanalysis of the factors influencing basal metabolic rate in normal adults. American Journal of Clinical Nutrition 1980;33(11):2372-2374.primaire studie, heranalyse · niet gelezen, alleen de weergave van de formule in tabel 4 van bron 5 · gelezen 2026-08-03
    Opzet
    Heranalyse van bestaande metingen aan de ruststofwisseling, waaruit een formule op vetvrije massa is afgeleid in plaats van op lichaamsgewicht.
    Onderzocht bij
    Volwassenen uit de heranalyseerde metingen. Aantal en samenstelling hebben wij niet vastgesteld.
    Vergeleken met
    Formules op lichaamsgewicht, lengte, leeftijd en geslacht.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing. Dit is geen toedieningsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Ruststofwisseling in kcal per dag, voorspeld uit vetvrije massa.
    Wat er is gevonden
    De formule luidt 500 + 22 x vetvrije massa in kg, in kcal per dag. Zo staat hij in tabel 4 van bron 5.
    Draagt in dit stuk
    De derde formule in de rekenhulp, die verschijnt zodra iemand een vetpercentage invult.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron is door ons NIET gelezen. De formule is overgenomen uit tabel 4 van bron 5, waar hij met bronvermelding staat afgedrukt. Wij kunnen dus niets zeggen over de steekproef waarop hij rust, over de spreiding eromheen, of over de vraag voor wie hij is bedoeld. Wat wij wel weten over zijn nauwkeurigheid, weten we uit bron 5 en niet hieruit.
    Belangen en financiering
    Niet gecontroleerd, want de tekst is niet gelezen.

    https://doi.org/10.1093/ajcn/33.11.2372 · DOI 10.1093/ajcn/33.11.2372