Bereken je eiwitbehoefte
Deze rekenhulp heeft JavaScript nodig. Staat dat uit, dan staan alle tien de normen verderop nog gewoon op de pagina, met bron en al. Het is één vermenigvuldiging per regel. Dat is met opzet.
Vul een gewicht in van 35 tot 250 kg, met een punt als je een halve kilo wilt: sommige browsers slikken de komma niet. Buiten die grenzen rekenen we niet door, want dan vermenigvuldig je een norm met een gewicht waarvoor hij niet is opgeschreven.
Wat er voor jouw situatie is opgeschreven
Deze regels overlappen elkaar niet, dus hierboven staat hun volledige bereik. Dat ze het oneens zijn is hier de uitkomst, en niet iets om weg te middelen.
Voor deze combinatie is geen sportliteratuur opgeschreven. Wat er dan staat is de Europese norm voor volwassenen, en dat is een gebrek in de literatuur en niet in deze rekenhulp.12
Er is nog één regel die wél voor jouw situatie is opgeschreven en die hierboven niet meetelt: die rekent per kilo vetvrije massa en wacht op je vetpercentage.9
Er is één regel die wél voor jouw situatie is opgeschreven en die hierboven niet meetelt: bij dit vetpercentage val je buiten de groep waarin hij is vastgesteld.9
| Norm | Gepubliceerd | Gram per dag |
|---|---|---|
| Europese referentiewaarden | ||
| EFSA, gemiddelde behoefte1 | 0,66 g/kg | |
| EFSA en Gezondheidsraad, aanbevolen12 | 0,83 g/kg | |
| DACH-landen, vanaf 65 jaar2 | 1,0 g/kg | |
| Noordse landen, vanaf 65 jaar2 | 1,1 tot 1,3 g/kg | |
| Noordse en Baltische landen3 | 10 tot 20 en% | |
| Sportliteratuur | ||
| Kato c.s., dag met duurtraining7 | 1,65 tot 1,83 g/kg | |
| Iraki c.s., opbouwfase8 | 1,6 tot 2,2 g/kg | |
| ISSN, ondergrens voor wie sport5 | 1,4 tot 2,0 g/kg | |
| Morton c.s., breekpunt bij krachttraining4 | 1,03 tot 2,20 g/kg | |
| Helms c.s., bij een energietekort9 | 2,3 tot 3,1 g/kg vetvrij | |
Waar deze regels vandaan komen, en wat er niet in zit
Daar zijn van de tien regels voor opgeschreven.
Van hun laagste tot hun hoogste grens lopen ze van . Dat verschil zit niet in jou maar in hen.
De Europese norm voor volwassenen in het algemeen komt bij dit gewicht uit op gram per dag.12 Die is niet voor sporters opgeschreven, en de Gezondheidsraad zegt dat er met zoveel woorden bij.2
Alles wat op jou van toepassing is loopt samen van , en de hoogste is keer de laagste. Dat is geen meetfout. Deze regels schatten niet hetzelfde getal: de een is de laagste inname waarbij je in stikstofbalans blijft, de ander een ondergrens voor wie traint. Wie er één getal van maakt, kiest voor jou welke vraag je stelde.
De regels uit de sportliteratuur komen niet van een autoriteit, en dat is geen omissie van ons. EFSA en de Gezondheidsraad hebben geen eiwitnorm voor sporters vastgesteld en schrijven allebei op dat hun advies daar niet over gaat.12 Wat er dan overblijft is sportwetenschap, en daar staan de belangen anders: het onderzoek naar duurtraining is betaald door een aminozuurfabrikant met drie van de vier auteurs in dienst,7 en van de 23 auteurs van het sportvoedingsstandpunt melden er 22 een band met de supplementenindustrie.5
Twee van de tien regels leunen bovendien op dezelfde analyse: de 2,2 aan de bovenkant van de opbouwfase is letterlijk overgenomen uit het interval van Morton c.s., en de auteurs schrijven dat er zelf bij.8 Dat interval is een knik in een regressie die die auteurs als niet significant afdrukken, p is 0,079, met 1,03 tot 2,20.4
Er wordt hier niets over maaltijden gedeeld. De Gezondheidsraad stelt geen norm voor de verdeling over de dag, want daar is te weinig onderzoek over.2 En het plafond van 25 gram per keer waar andere rekenhulpen mee delen, is nagemeten: van 100 gram in één keer kwam in twaalf uur 53 gram aan aminozuren in de bloedbaan, tegen 16 gram bij 25 gram, en die curve was toen nog niet vlak.6
Alle tien de normen staan hieronder uitgeschreven, met de bron erbij. Het is één vermenigvuldiging per regel. Reken het zelf na.
Kort antwoord
- Hoeveel eiwit heb je per dag nodig?
- Dat ligt eraan wie je het vraagt. Tien gepubliceerde regels komen bij 80 kilo uit tussen 53 en 176 gram per dag. De Nederlandse norm is 0,83 gram per kilo, en dat is 66 gram.12
- Hoe bereken je je eiwitbehoefte?
- Je gewicht maal het getal uit een norm. Meer gebeurt er niet: 0,83 maal 80 kilo is 66 gram.1 Eén regel rekent niet per kilo maar per procent van je energie-inname, en die geeft bij 2 500 kilocalorieën 62 tot 123 gram.3
- Hoeveel eiwit als je sport?
- Daar heeft geen Europese autoriteit een getal voor. EFSA en de Gezondheidsraad schrijven allebei op dat hun advies daar niet over gaat.12 Vijf van de tien regels komen dus uit de sportliteratuur. Op een dag met duurtraining kwam daar 1,65 tot 1,83 gram per kilo uit, gemeten bij zes mannen.7
- Hoeveel eiwit bij krachttraining?
- Het bekendste getal is 1,62 gram per kilo, en het is niet significant. Morton c.s. drukken er zelf p is 0,079 bij af, met een interval van 1,03 tot 2,20.4 Bij 80 kilo is dat 82 tot 176 gram.
Hoeveel eiwit per dag heb je nodig?
Er is geen getal dat die vraag beantwoordt, want er zijn er tien, en bij 80 kilo lopen ze van 53 tot 176 gram per dag. De hoogste is 3,3 keer de laagste.
Vul je er een vetpercentage bij in, dan schuift de bovenkant nog verder op. Bij 15 procent staat er 211 gram, en dan is de hoogste 4 keer de laagste. Eén van de tien regels rekent namelijk niet met je hele gewicht.
De Nederlandse norm is de kortste van de tien. EFSA stelde in 2012 een aanbevolen hoeveelheid van 0,83 gram per kilo per dag vast, en de Gezondheidsraad nam die in 2021 over voor alle volwassenen.12 Bij 80 kilo is dat 66 gram.
Daar zit meteen het ongemak. Diezelfde EFSA meldt dat de gemeten gemiddelde inname in Europa op of boven 0,83 ligt.1 Bij Nederlandse mannen van 65 jaar en ouder eet de bovenste 5 procent zelfs 1,7 gram per kilo per dag of meer.1
Hoeveel eiwit bij jouw training en doel?
Je training doet hier het meeste werk. Je doel telt mee zodra er krachttraining bij zit, en dat is ook zo bij kracht en duur samen. Bovenaan de rekenhulp staan drie velden: wat je nu doet, wat je traint en hoe oud je bent.
Die drie velden kiezen geen getal voor je. Ze zetten regels aan en uit op grond van de reikwijdte die de bron zelf opschrijft.
Wat dat oplevert bij 80 kilo, staat hieronder. De derde kolom is het stuk dat de overgebleven regels allemaal bevatten, en de vierde loopt van hun laagste tot hun hoogste grens.
| Wat je invult | Regels | Waar ze overlappen | Van laagste tot hoogste |
|---|---|---|---|
| Nauwelijks trainen, elk doel | geen | geen | geen |
| Krachttraining, onderhouden | 245 | 112 tot 160 g | 82 tot 176 g |
| Krachttraining, bulken | 3458 | 128 tot 160 g | 82 tot 176 g |
| Krachttraining, cutten, bij 15 procent vet | 3459 | 156 tot 160 g | 82 tot 211 g |
| Duurtraining, elk doel | 257 | 132 tot 146 g | 112 tot 160 g |
| Kracht en duur, onderhouden | 3457 | 132 tot 146 g | 82 tot 176 g |
| Kracht en duur, bulken | 44578 | 132 tot 146 g | 82 tot 176 g |
| Kracht en duur, cutten, bij 15 procent vet | 44579 | geen | 82 tot 211 g |
Nauwelijks trainen levert geen enkele sportregel op. Dan staat de Europese norm er, en die geeft 66 gram bij 80 kilo.12 Meer dan die norm hebben deze tien regels er niet voor.
Bulken en cutten doen alleen iets als er krachttraining bij zit. Van de tien regels gaan er twee over een overschot of een tekort, en die zijn allebei opgeschreven bij mensen die krachttraining doen.89 Kies je alleen duurtraining, dan geeft cutten precies hetzelfde als onderhouden: 132 tot 146 gram.
Voor die combinatie is er in deze tien regels niets anders, en dat gat zit in de bronnen en niet in de rekensom. Wij vullen het niet met een regel die voor iemand anders is bedoeld.
Kracht en duur samen: twee bronnen die elkaar tegenspreken
Kies je kracht en duur, dan gelden de regels van allebei. Morton c.s. gaat over krachttraining en Kato c.s. over een dag met duurtraining, en wie allebei doet valt onder beide.47 Dat is geen compromis maar een optelsom.
Bij onderhouden gelden er drie regels, en waar ze elkaar overlappen staat 132 tot 146 gram.457 Zet je daar bulken bij, dan komt er een vierde regel en blijft dat getal staan.8 Iraki c.s. staat bij 80 kilo op 128 tot 176 gram, en dat omsluit de 132 tot 146 van Kato c.s.78 De smalste regel bepaalt allebei de grenzen.
Bij cutten valt de overlap helemaal weg. Helms c.s. begint bij 156 gram en Kato c.s. eindigt bij 146.79 Er is dan geen getal dat allebei die bronnen dekt, en de rekenhulp zet hun volledige bereik neer: 82 tot 211 gram.
Wat hier botst zijn twee bronnen, en niet de literatuur als geheel. Geen van deze tien regels is opgeschreven voor krachttraining en duurtraining samen in een energietekort.79 De rekenhulp middelt dat verschil niet weg. Dan zou er een getal staan dat niemand heeft opgeschreven.
Welke regels wegvallen, en waarom
Kies je cutten zonder je vetpercentage in te vullen, dan valt de enige regel weg die daarvoor is opgeschreven.9 Je leest dan bij cutten hetzelfde als bij onderhouden, en dat zegt de rekenhulp er ook bij. Boven 35 procent lichaamsvet valt diezelfde regel buiten zijn eigen bereik, en dan gebeurt hetzelfde.
De rekenhulp laat alleen staan wat binnen zijn eigen reikwijdte op jou slaat. Sport je niet, dan vallen de vijf sportregels weg. Vul je een leeftijd onder de 65 in, dan verdwijnen de twee regels voor 65-plussers.2 Precies 65 telt mee, 64 niet.
Alle tien staan hieronder wel uitgeschreven, met hun getal en hun bron, want wat er voor iemand anders is opgeschreven mag je zien.
Eiwitbehoefte berekenen: hoe gaat dat?
Met één vermenigvuldiging. Je gewicht maal het getal uit een norm, en klaar.
Zo werken acht van de tien regels. 0,83 maal 80 kilo geeft 66 gram, en 2,20 maal 80 kilo komt uit op 176 gram.14 Het rekenwerk is dus niet het probleem. Het probleem is de keuze, want wie er één getal van maakt, kiest voor jou welke vraag je stelde.
De andere twee regels vragen iets extra’s. De Noordse en Baltische landen schrijven hun aanbeveling op als aandeel van je energie-inname, dus die wil kilocalorieën van je.3 De regel van Helms c.s. rekent per kilo vetvrije massa, dat is je gewicht min je vet, en die wil dus je vetpercentage.9
De tien regels bij 80 kilo, naast elkaar
Hieronder staan ze alle tien, met de bron per regel. De rechterkolom is één vermenigvuldiging, dus reken hem na.
Eerst de vijf Europese referentiewaarden. Die zijn opgeschreven voor volwassenen in het algemeen.
| Regel | Zoals gepubliceerd | Bij 80 kilo |
|---|---|---|
| EFSA 2012, gemiddelde behoefte1 | 0,66 g/kg | 53 g |
| EFSA 2012 en Gezondheidsraad 2021, aanbevolen hoeveelheid12 | 0,83 g/kg | 66 g |
| DACH-landen 2017, vanaf 65 jaar2 | 1,0 g/kg | 80 g |
| Noordse landen 2012, vanaf 65 jaar, teruggerekend2 | 1,1 tot 1,3 g/kg | 88 tot 104 g |
| Noordse en Baltische landen 2023, aanbevolen bereik3 | 10 tot 20 en% | 62 tot 123 g |
De onderste regel hangt aan je energie-inname en niet aan je gewicht. Hij staat hier op 2 500 kilocalorieën per dag. En% is het aandeel van je dagelijkse kilocalorieën dat uit eiwit komt.3
Dan de vijf regels uit de sportliteratuur. Geen ervan is een norm van een autoriteit, en dat verschil is de reden dat ze in een eigen tabel staan.
| Regel | Zoals gepubliceerd | Bij 80 kilo |
|---|---|---|
| Kato c.s. 2016, op een dag met duurtraining7 | 1,65 tot 1,83 g/kg | 132 tot 146 g |
| Iraki c.s. 2019, opbouwfase met energieoverschot8 | 1,6 tot 2,2 g/kg | 128 tot 176 g |
| ISSN 2017, ondergrens voor wie sport5 | 1,4 tot 2,0 g/kg | 112 tot 160 g |
| Morton c.s. 2018, breekpunt bij krachttraining4 | 1,03 tot 2,20 g/kg | 82 tot 176 g |
| Helms c.s. 2014, bij een energietekort9 | 2,3 tot 3,1 g/kg vetvrije massa | 156 tot 211 g |
De onderste regel staat hier op 15 procent lichaamsvet. Bij 80 kilo weegt je vetvrije massa dan 68 kilo, en dat getal gaat de som in.9 Bulken en cutten staan wel in een keuzemenu, en dat haalt hier niets weg. In de rekenhulp verdwijnt wat voor iemand anders is opgeschreven. In deze tabel blijft het staan.
Twee regels kennen wij uit de tweede hand. De Noordse landen adviseerden in 2012 voor 65-plussers 15 tot 20 en%.2 De Gezondheidsraad rekende dat terug naar 1,1 gram per kilo bij gemiddelde fysieke activiteit en 1,3 bij een vooral zittend leven.2 Die terugrekening is dus het rekenwerk van de commissie, en de twee oorspronkelijke stukken hebben wij zelf niet ingezien.2
De Gezondheidsraad zette die twee regels erbij en nam ze niet over. Voor 60-plussers vond minder dan 40 procent van de bekeken studies een gunstig effect van meer eiwit op vetvrije massa, dus bleef de norm op 0,83.2
Bij een andere invoer wordt het gat groter. Bij 50 kilo en 3 000 kilocalorieën loopt de band van 33 tot 148 gram, en dan is de hoogste 4,5 keer de laagste. De bovenkant komt daar van de energieregel en niet meer van de sportregels, die op 110 gram blijven steken.348
Waarom 0,83 boven de gemiddelde behoefte ligt
Omdat 0,83 geen gemiddelde is. De gemiddelde behoefte is 0,66 gram per kilo per dag, oftewel 53 gram bij 80 kilo.1 0,83 is het punt waarop 97,5 procent van de gezonde volwassenen ruim genoeg heeft, en dat is met opzet zo gekozen.1
Een getal dat 97,5 procent dekt, ligt dus boven de behoefte van bijna iedereen. Voor de meeste mensen ligt hun eigen behoefte eronder.1 Groot is die spreiding trouwens niet: EFSA rekent met een variatie van 12 procent rond het gemiddelde.1
Onder allebei de getallen ligt een boekhouding van stikstof, en die heet stikstofbalans. Meet hoeveel er via voeding binnenkomt en wat er in urine en ontlasting weer uit gaat. De laagste inname waarbij die twee gelijk zijn, is de behoefte.1 De mediaan daarvan is 105 milligram stikstof per kilo per dag, en bij 0,83 hoort 133 milligram.1
Die methode heeft zwakke plekken, en het panel schrijft dat er zelf bij.1 Hoeveel er nog schuift, laat één cijfer zien. De efficiëntie waarmee voedingseiwit voor onderhoud wordt benut, kwam uit op 47 procent.1 De literatuur hield daarvoor 70 procent aan.1
Twee Europese eenheden die niet op elkaar vallen
EFSA rekent per kilo lichaamsgewicht. De Noordse en Baltische landen rekenen in procenten van je energie-inname, en die twee vallen niet op elkaar.13
Zet ze naast elkaar bij 80 kilo en 2 500 kilocalorieën per dag.
| Regel | Rekensom | Uitkomst |
|---|---|---|
| EFSA 2012 en Gezondheidsraad 202112 | 0,83 × 80 kilo | 66 g |
| Noordse en Baltische landen 2023, op 15 en%3 | 15 procent van 2 500 kcal, door 17 kJ per gram | 92 g |
Dat is 39,4 procent verschil, bij dezelfde persoon op één dag. Die 15 procent is ons rekenvoorbeeld en niet hun planningswaarde. Hun tekst uit 2023 geeft een bereik van 10 tot 20 procent, en 15 ligt daar middenin.3
Omrekenen doen wij met 17 kilojoule per gram eiwit, want dat is de factor die de Noordse review zelf gebruikt.3 Er zit nog een staartje aan: zakt je energie-inname onder 8 megajoule per dag, dan moet het aandeel eiwit navenant omhoog.3 Een percentage van weinig is weinig.
Waarom lopen de normen zo ver uiteen?
Omdat ze niet dezelfde vraag beantwoorden. In die twee tabellen staan zes verschillende vragen, en daar zit de hele spreiding in.
Wat houdt een volwassene in evenwicht? Dat is de vraag van EFSA en de Gezondheidsraad, en het antwoord is 0,66 als gemiddelde behoefte en 0,83 als norm.12
Hoeveel eiwit zet je in een voedingsplan voor een bevolking? Dat is de vraag van de Noordse en Baltische landen, en het antwoord staat in energieprocenten.3 Een bereik voor het samenstellen van voeding is geen behoefte van één persoon, en de review presenteert het ook niet zo.3
Waar houdt de winst op bij krachttraining? Dat is de vraag van Morton c.s., en het antwoord is een knik in een lijn door hun gegevens.4
Vanaf welke inname stopt het lichaam met aminozuren verbranden? Dat is de vraag van Kato c.s., gemeten op een dag met duurtraining, en hun antwoord is 1,65 gram per kilo.7 Aminozuren zijn de bouwstenen waaruit eiwit is opgebouwd.
Hoeveel eiwit houdt vetvrije massa vast in een energietekort? Dat is de vraag van Helms c.s., en hun antwoord is 2,3 tot 3,1 gram per kilo vetvrije massa.9
Wat raden wij aan? Dat is de vraag van de ISSN en van Iraki c.s., en de antwoorden zijn 1,4 tot 2,0 en 1,6 tot 2,2 gram per kilo.58
Alleen de bovenste twee vragen zijn door een autoriteit beantwoord, en de andere vier komen uit de sportliteratuur.123 Wie ze heeft opgeschreven en waarmee, staat hieronder.
Hoeveel eiwit als je sport?
Daar heeft geen Europese autoriteit een getal voor. EFSA beoordeelde uitkomstmaten als vetvrije massa en lichaamsgewicht, en vond de gegevens onvoldoende om er een norm op te baseren.1 De Gezondheidsraad schrijft erbij dat zijn advies niet ingaat op mensen die extreem sporten.2
Wat overblijft is sportwetenschap, en dat is de onderste tabel: vijf regels, en geen ervan is vastgesteld. Wie ze heeft opgeschreven en met welk belang, staat er per regel bij.
Kies je alleen duurtraining, dan gelden er twee van die vijf, ongeacht je doel.57 Waar ze elkaar overlappen staat 132 tot 146 gram bij 80 kilo, en samen lopen ze van 112 tot 160 gram.
Op een dag met duurtraining: 1,65 gram per kilo
Onder dat getal zitten zes mannen. Kato c.s. wierven er negen, maar twee stopten en één deed maar één proefdag.7 Samen leverden die zes 34 proefdagen op, met zeven eiwitniveaus van 0,2 tot 2,8 gram per kilo per dag.7
Kato c.s. gebruikten geen stikstofbalans maar de indicator-aminozuurmethode. Uit de uitgeademde koolstof leiden ze af vanaf welke inname het lichaam stopt met aminozuren verbranden.7 Het omslagpunt lag op 1,65 gram per kilo per dag en de aanbevolen inname op 1,83.7 Bij 80 kilo is dat 132 tot 146 gram.
Een tweede berekening op dezelfde metingen gaf 1,53 en 1,70, en beide liggen boven de Amerikaanse aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 0,8 gram per kilo.7 Ze liggen ook boven de 1,2 tot 1,4 die toen voor duursporters gold.7 De gevonden hoeveelheid komt in dit onderzoek neer op ongeveer 12 procent van de energie-inname.7
Waar dit getal voor geldt, staat er ook bij. Het is gemeten op een dag met 20 kilometer hardlopen, na twee dagen van 10 en 5.7 Dat is een zware trainingsdag en geen gemiddelde week, en de auteurs zeggen dat zelf.7 Het eiwit was bovendien geen voedsel maar een vrij aminozuurmengsel, en dat gedraagt zich anders.7
Wie het betaalde, staat er open in. Drie van de vier auteurs zijn in dienst van Ajinomoto, een fabrikant van aminozuren.7 Dat bedrijf financierde het onderzoek, en het gebruikte aminozuurmengsel kwam er ook vandaan.7
De ondergrens van 1,4 komt van een vereniging
De ISSN houdt 1,4 tot 2,0 gram per kilo per dag aan voor mensen die sporten, uitdrukkelijk als ondergrens en niet als bovengrens.5 Bij 80 kilo is dat 112 tot 160 gram.
Het is een standpunt en geen systematische review met een vastgelegde zoektocht. Er staat geen zoekstrategie in, geen selectiecriterium en geen weging van de onderzoeken, en de eigen onderzoekscommissie beoordeelde het.5
Dan de auteurs. Van de 23 melden er 22 een band met de supplementenindustrie, en precies één meldt geen enkel belang.5 Twee van hen zijn in dienst bij een supplementenfabrikant, en de laatste auteur is medeoprichter en directeur.5 De vereniging wordt naar eigen opgave mede gefinancierd door merken die eiwitsupplementen verkopen.5
Dat maakt 1,4 niet onwaar. Het maakt wel uit wie het heeft opgeschreven.
Hoeveel eiwit bij krachttraining?
Het getal dat je overal tegenkomt is 1,62 gram per kilo per dag. Het komt uit één analyse, en de auteurs melden er zelf bij dat het niet significant is: het gevonden verband kan ook toeval zijn.4
Kies je alleen krachttraining, zonder overschot of tekort, dan gelden er twee regels.45 Het bereik van de vereniging past helemaal in dat van Morton c.s. De overlap is dus de ene regel, 112 tot 160 gram, en het volledige bereik de andere, 82 tot 176.
Morton c.s. telden 49 onderzoeken uit 17 landen bij elkaar op, met 1 863 deelnemers van gemiddeld 35 jaar.4 De getallen tussen haakjes hieronder zijn de marge die zij zelf bij elke uitkomst afdrukken.
Extra eiwit naast krachttraining gaf 0,30 kilo meer vetvrije massa (0,09 tot 0,52).4 Op het zwaarste gewicht voor één herhaling was het 2,49 kilo (0,64 tot 4,33).4
Die 0,30 kilo is de winst over de hele looptijd van die onderzoeken. Bij mensen die al trainden was het verschil 1,05 kilo (0,61 tot 1,50).4 Bij mensen zonder ervaring 0,15 kilo, en niet significant.4 Het effect nam af met 0,01 kilo per levensjaar.4
1,62 is een knik, geen norm
De auteurs zochten het punt waar de lijn afbuigt. Twee rechte lijnen met een knik ertussen, en waar die ligt komt uit de gegevens zelf.4 Die knik kwam op 1,62 gram per kilo per dag.
Dan de kleine lettertjes. Het interval loopt van 1,03 tot 2,20 en p is 0,079, dus de analyse was niet significant.4 De auteurs melden dat zelf, en drukken het breekpunt toch af.4
Dat interval is meer dan twee keer zo breed als het getal doet vermoeden. Bij 80 kilo staat er dus geen enkel getal, maar 82 tot 176 gram.
De bodem eronder is ook smaller dan hij lijkt. Het breekpunt rust op 42 onderzoeksgroepen met 723 deelnemers, bij innames van 0,9 tot 2,4 gram per kilo per dag.4 Daarbuiten zeggen de gegevens niets.
Eén zin uit dat artikel wordt zelden meegeciteerd. De deelnemers aten bij aanvang al ongeveer 1,4 gram per kilo per dag, en de gemiddelde extra gift was zo’n 35 gram per dag.4 Er is dus vergeleken vanaf een uitgangspunt dat al boven de Nederlandse norm lag.
De herkomst hoort er ook bij. De laatste auteur meldt onderzoeksgeld, reiskosten en sprekersvergoedingen van de Amerikaanse zuivelraad.4 Die organisatie heeft onderzoeken gefinancierd die in deze analyse zitten, en dat staat in het artikel zelf.4
Hoeveel eiwit in een opbouwfase, oftewel bij bulken?
1,6 tot 2,2 gram per kilo per dag, en bij 80 kilo is dat 128 tot 176 gram.8 Iraki c.s. schreven het op voor de opbouwfase van natuurlijke bodybuilders, bij een energieoverschot van 10 tot 20 procent.8 Daar hoort een toename van 0,25 tot 0,5 procent van het lichaamsgewicht per week bij.8
In de rekenhulp komt die regel erbij zodra je bulken kiest en er krachttraining bij zit. Doe je alleen krachttraining, dan gelden er drie, en waar ze elkaar overlappen staat 128 tot 160 gram.458 De ondergrens schuift dus omhoog en de bovengrens niet.
Doe je er duurtraining bij, dan verandert die regel niets meer. De overlap blijft op 132 tot 146 gram staan, precies zoals bij onderhouden.78
Het is een narratief overzicht. Er staat geen zoekstrategie in en geen weging van de onderzoeken, net als bij het standpunt hierboven.8
Twee van de tien regels leunen bovendien op dezelfde analyse. De 2,2 aan de bovenkant komt letterlijk uit het interval van Morton c.s., en Iraki c.s. schrijven dat er zelf bij.8 Dat interval is de knik die niet significant was.4
Hun argument tegen de andere eenheid is wel bruikbaar. Een aanbeveling in energieprocenten pakt verkeerd uit voor een licht iemand met een hoge energiebehoefte.8 Die komt er ver boven het nodige mee uit, en zo’n aanbeveling kan de ruimte voor koolhydraten en vetten wegdrukken.8
Wat die groep in de praktijk eet, staat er ook in. Bij mannen loopt dat op tot 4,3 gram per kilo per dag en bij vrouwen tot 2,8.8 Dat is ruim boven wat het artikel zelf aanbeveelt.8
De auteurs verklaren geen belangen en melden geen externe financiering, al voeren de eerste twee een eigen voedingsadviesbedrijf.8
Hoeveel eiwit in een energietekort, oftewel bij cutten?
Eén regel rekent hier niet met je hele gewicht, maar met je vetvrije massa. Helms c.s. komen uit op 2,3 tot 3,1 gram per kilo vetvrije massa per dag.9 Bij 80 kilo en 15 procent lichaamsvet weegt je vetvrije massa 68 kilo, en dan staat er 156 tot 211 gram.
Bij cutten met alleen krachttraining gelden er drie regels. Waar ze elkaar overlappen blijft er weinig over: 156 tot 160 gram.459 Samen lopen ze van 82 tot 211 gram, en dat is de volledige spreiding.
Komt daar duurtraining bij, dan houdt die overlap op te bestaan. De ondergrens van Helms c.s. ligt boven de bovengrens van Kato c.s., namelijk 156 tegen 146 gram.79 Dan blijft alleen die 82 tot 211 gram over.
Hun argument is het rekenen zelf. Eiwitaanbevelingen zijn vastgesteld bij mensen met een gewoon of hoog vetpercentage.9 Per kilo totaal gewicht valt zo’n getal dan te laag uit voor iemand die mager is.9
Het is een systematische review met een vastgelegde zoektocht, tot juli 2013, over zes onderzoeken met samen dertien groepen.9 Goed vergelijkbare groepen bestonden er maar bij vier eiwitniveaus: 0,8, 1,0, 1,6 en 2,3 gram per kilo lichaamsgewicht.9
In alle dertien groepen daalde het vetpercentage, met 0,5 tot 6,6 procentpunt.9 In negen van de dertien daalde de vetvrije massa mee, met 0,3 tot 2,7 kilo.9 Binnen het bereik schuif je omhoog naarmate iemand magerder is en het tekort groter, schrijven de auteurs erbij.9
Er staat ook een tegenbevinding in. In een onderzoek buiten de analyse hielden de mensen op 1,6 gram per kilo iets meer vetvrije massa over dan die op 2,4.9 Dat verschil was niet significant, en die twee groepen aten heel verschillende hoeveelheden koolhydraat.9
De auteurs noemen zelf iets dat zwaarder kan wegen dan de eiwitkeuze.9 Namelijk een langzamer tempo: ongeveer een halve kilo of 0,7 procent van het lichaamsgewicht per week.9
Een belangenverklaring ontbreekt. In de tekst die wij hebben gelezen staan geen belangen en geen financier vermeld.9 Dat is geen bewijs dat er niets was.
Waarom die regel boven 35 procent lichaamsvet leeg blijft
Omdat de review daar niemand in had zitten. Helms c.s. namen alleen volwassenen op vanaf 18 jaar die in een energietekort zaten en minstens een half jaar krachttraining deden.9 Voor het vetpercentage hielden zij twee grenzen aan: mannen tot en met 23 procent, vrouwen tot en met 35.9
Wij vragen je geslacht niet. EFSA zegt uitdrukkelijk dat de behoefte per kilo voor mannen en vrouwen dezelfde is.1 Van de grenzen van Helms c.s. houden wij daarom mechanisch de ruimste aan. Ben je een man tussen 23 en 35 procent, dan krijg je dus een getal terwijl je buiten de onderzochte groep valt.
Op die grens van 35 procent staat er bij 80 kilo 120 tot 161 gram.9 De bovenkant daarvan, 161 gram, ligt onder de 176 gram van Morton c.s.4 De hoogste van de tien is dus niet altijd dezelfde regel.
Andersom werkt het net zo hard. Zet je het vetpercentage op zijn ondergrens van 1 procent, dan staat er 182 tot 246 gram.9 De hele band loopt dan van 53 tot 246 gram, en de hoogste is 4,6 keer de laagste.
Moet je je eiwit over de dag verdelen?
Daar bestaat geen norm voor. De Gezondheidsraad stelt er met zoveel woorden geen vast, want er is te weinig onderzoek over.2
De aanname onder zo’n verdeling is dat een portie boven ongeveer 25 gram niets meer toevoegt. Die 25 gram gold tot voor kort als precies dat punt.6 Trommelen c.s. hebben hem tussen 2019 en 2020 in Maastricht nagemeten.6
36 gezonde, recreatief actieve jonge mannen kregen na een krachttrainingssessie eenmalig 0, 25 of 100 gram melkeiwit, twaalf per groep.6 In twaalf uur namen de onderzoekers dertien bloedmonsters af en vier stukjes spierweefsel uit het bovenbeen.6
Van de 100 gram kwam in twaalf uur 53 gram aan aminozuren in de bloedbaan, en van de 25 gram was dat 16 gram.6 Bij 25 gram was na twaalf uur 66 procent van het gegeten eiwit vrijgekomen, bij 100 gram 53 procent, en daar liep het toen nog door.6
De inbouw in spierweefsel lag bij 100 gram hoger dan bij 25 gram.6 Dat verschil was groter in de late fase, van vier tot twaalf uur, dan in de uren daarvoor.6 De verbranding nam nauwelijks toe.6
Wat dit niet zegt: 36 gezonde jonge mannen, één keer, en de meting stopte na twaalf uur terwijl er nog uitkomsten liepen.6 Het gaat over één portie en niet over een dagtotaal.6 Er komt dus geen getal voor deze pagina uit. Er verdwijnt alleen een aanname.
Wat er aan eiwit op een etiket staat, is zelf een omrekening
Je telt naar een getal toe dat zelf geschat is. Eiwit op een etiket wordt bepaald door de gemeten stikstof met een vaste factor van 6,25 te vermenigvuldigen.3
Die factor klopt niet voor elk voedingsmiddel. Hij loopt van 5,70 voor soja tot 6,32 voor melk, en dat kan een fout van 15 tot 20 procent in het werkelijke eiwitgehalte opleveren.3
Je rekent dus met een norm die tussen mensen 12 procent spreidt.1 En je telt in grammen die per product 15 tot 20 procent kunnen schelen.3 Precisie zit hier nergens.
Wat dit getal niet is
Het is geen meting. Het is jouw gewicht maal een getal dat iemand anders heeft opgeschreven.
Het geldt bovendien voor een afgebakende groep. De normen zijn opgeschreven voor gezonde mensen met een gezond gewicht en een gemiddelde fysieke activiteit.2 De Gezondheidsraad schrijft erbij dat het advies niet ingaat op mensen met zwaar overgewicht en niet op wie extreem sport.2
De vijf regels uit de sportliteratuur zijn geen normen. Het breekpunt bij krachttraining rust op 42 onderzoeksgroepen, het bereik bij een energietekort op dertien en het omslagpunt bij duurtraining op zes mannen.479 Elk van die drie is bovendien in een andere groep gemeten.
De opbouwfase is daar een voorbeeld van. Die regel is opgeschreven voor natuurlijke bodybuilders met een energieoverschot, en niet voor iedereen die traint.8
Een bovengrens staat er nergens in: EFSA kon er geen afleiden, en dat is een gebrek aan gegevens en geen vrijbrief.1 Het panel noemt twee keer de aanbevolen hoeveelheid veilig voor volwassenen.1 Innames van drie tot vier keer zijn waargenomen zonder dat er nadeel of voordeel aantoonbaar was.1
En het is geen voedingsadvies.