Kort antwoord
- Is het getal op de voorkant de hoeveelheid magnesium?
- Niet altijd. Op twee van de drie etiketten die wij lazen slaat dat getal op de verbinding. Op één ervan staat 1000 mg magnesiumbisglycinaat met 200 mg magnesium.1
- Is een pot met een hoger getal dan sterker?
- Niet per se, en soms andersom. Wij legden twee potten naast elkaar: op de ene slaat de 500 mg op de verbinding, op de andere de 150 mg op het magnesium. Per tablet en per capsule is dat 100 mg tegen 150 mg magnesium.13
- Hoeveel magnesium zit er in een verbinding?
- Tussen 8,3 en 60,3 procent. Oxide 60,3, citraat 16,2, bisglycinaat 14,1, tauraat 8,9, L-threonaat 8,3.5
- Welk getal kun je dan wel vergelijken?
- Het getal achter “waarvan magnesium”. Dat is ook wat de wet vraagt. Bijlage I van de Europese supplementenrichtlijn noemt het mineraal in milligram; de verbindingen staan in bijlage II.4
Wij rekenen magnesium om naar een prijs per 100 mg van het mineraal zelf. Om een pot in onze prijstabel te zetten, moet je dus weten hoeveel magnesium erin zit. Dat staat lang niet altijd waar je het zoekt.
Magnesium zit nooit los in een pot
Magnesium is een metaal. Los kan het niet in een capsule zitten, dus het zit altijd aan iets anders vast: aan zuurstof, aan citroenzuur, aan een aminozuur. Die combinatie heet een verbinding, en dat is wat er in de pot zit.
Hoeveel magnesium daarin zit, volgt uit de molmassa: het gewicht van een mol van een stof. Je deelt het gewicht van het magnesiumatoom door het gewicht van het hele molecuul.5
| Verbinding | Aandeel magnesium | Per 1000 mg verbinding |
|---|---|---|
| Magnesiumoxide | 60,3 % | 603 mg |
| Magnesiumcarbonaat | 28,8 % | 288 mg |
| Magnesiumcitraat | 16,2 % | 162 mg |
| Magnesiummalaat | 15,5 % | 155 mg |
| Magnesiumbisglycinaat | 14,1 % | 141 mg |
| Magnesiumtauraat | 8,9 % | 89 mg |
| Magnesium-L-threonaat | 8,3 % | 83 mg |
Tussen de bovenste en de onderste regel zit ruim een factor zeven. Uit dezelfde 1000 mg verbinding komt 603 mg magnesium, of 83 mg, afhankelijk van waar het magnesium aan vastzit.5
Dat losse mineraal heet het elementaire magnesium. Dat is het getal waar het om gaat.
Hetzelfde getal, twee betekenissen
Dit wordt pas een probleem als twee potten hetzelfde soort getal op de voorkant zetten en er iets anders mee bedoelen.
Op de eerste pot staat 500 mg. In de voedingswaardetabel staat 1000 mg magnesiumbisglycinaat per twee tabletten, waarvan 200 mg magnesium.1 Die 500 mg is dus de hoeveelheid verbinding per tablet. Per tablet is dat 100 mg magnesium.
Op de tweede pot staat 150 mg. In de voedingswaardetabel staat 300 mg magnesium per twee capsules.3 Die 150 mg is dus het mineraal per capsule.
Een koper die 500 naast 150 legt, ziet een pot die ruim drie keer sterker lijkt. Omgerekend naar magnesium is het 100 tegen 150. Het laagste van de twee getallen staat op de sterkere pot.13
Het getal dat overal hetzelfde betekent
Er is één getal dat op elke pot hetzelfde betekent, en dat staat in de voedingswaardetabel achter “waarvan magnesium”.
Artikel 8 van de Europese supplementenrichtlijn eist dat de hoeveelheid nutrient, oftewel voedingsstof, in een getal op het etiket staat. De eenheden staan in bijlage I, en die noemt het mineraal: magnesium, in milligram. Bijlage II somt op welke verbindingen je als herkomst mag gebruiken.4
De wet vraagt dus om het mineraal. De verbinding is de herkomst, niet de maat.
De etiketten rekenen zelf ook zo. Naast het magnesium staat een percentage van de referentie-inname, de dagelijkse hoeveelheid waartegen een etiket zich afzet. Bij 200 mg magnesium staat 53 procent, bij 300 mg staat 80 procent en bij 384 mg staat 102 procent.123 Alle drie rekenen ze tegen 375 mg, en alle drie doen ze dat over het elementaire getal en niet over de verbinding.
Waar de deling niet uitkomt
Bij twee van de drie etiketten die wij lazen, levert de opgegeven verbinding meer magnesium op dan de zuivere stof kan bevatten.
Op de eerste pot staat 1000 mg magnesiumbisglycinaat met 200 mg magnesium.1 Dat is 20 procent. Zuiver bisglycinaat is voor 14,1 procent magnesium, dus 1000 mg daarvan geeft 141 mg.5 Dat scheelt 59 mg.
Op een derde etiket staan drie verbindingen: 1000 mg bisglycinaat, 414 mg citraat en 400 mg malaat, samen 1814 mg, met 384 mg magnesium.2 Dat is 21,2 procent. Zuiver zouden die drie samen 141 plus 67 plus 62 leveren, dus ongeveer 270 mg magnesium.5
Wat dat verschil verklaart, staat niet op het etiket. Wij weten het dus niet, en wij leiden het er ook niet uit af. Het verschil laat wel zien dat zelfs de naam van de verbinding niet vertelt hoeveel magnesium je koopt.
Op één van de drie pagina’s spreken de teksten elkaar bovendien tegen. In de opsomming staat 150 mg magnesiumcitraat per capsule, terwijl de voedingswaardetabel op diezelfde pagina 300 mg magnesium per twee capsules geeft.3 Dezelfde 150, twee keer een andere stof.
Wat wij ermee doen
In onze tabel staat de prijs per 100 mg magnesium. Niet per capsule, niet per pot, niet per milligram verbinding.
Wij nemen daarvoor het getal achter “waarvan magnesium” van het etiket zelf. Wij rekenen het niet terug uit de verbinding, want dan zouden wij een percentage aannemen dat het etiket niet bevestigt. En wij wegen geen enkele verbinding zwaarder of lichter.
Hoe die deling werkt, staat op zo rekenen we.
Wat hier niet staat
- Niet dat de ene verbinding beter wordt opgenomen dan de andere. Dat is een andere vraag, en die beantwoordt een etiket niet.
- Niet dat een laag percentage magnesium een slecht product maakt. Een lager aandeel betekent alleen dat je meer capsules of tabletten nodig hebt voor evenveel magnesium.
- Niet dat een van deze etiketten onjuist is. Ze vermelden alle drie wat de wet vraagt. Waar de verbinding en het mineraal niet op elkaar uitkomen, zeggen wij niet hoe dat komt.
- Niets over wat magnesium in een lichaam doet. Daar gaat deze site niet over.
Wat er wel staat: het grote getal op de voorkant is niet vergelijkbaar, en het getal in de voedingswaardetabel wel.