Bereken je 1RM
Deze rekenhulp heeft JavaScript nodig. Staat dat uit, dan staan de formules verderop nog gewoon op de pagina, met bron en al. Ze zijn met de hand na te doen. Dat is met opzet.
Vul een gewicht in van 1 tot 500 kg en een aantal herhalingen van 1 tot 20. Boven de twintig rekenen we niet door: dan staat er een getal dat er precies zo uitziet als een getal dat klopt.
Jouw 1RM volgens de formules
kilo, afgerond op hele kilo's
Boven de tien herhalingen zijn deze formules buiten hun bereik. Brzycki en Lander lopen dan hard weg van de rest: hun noemer daalt lineair naar nul en is op bij 36,97 en 37,92 herhalingen.3
| Formule | Geschat maximum |
|---|---|
| Epley (1985) | |
| Brzycki (1993) | |
| Lander (1985) | |
| Lombardi (1989), exponent 0,10 | |
| Lombardi (1989), exponent 0,13 | |
| Mayhew c.s. (1992) | |
| O'Conner c.s. (1989) | |
| Wathen (1994) | |
| Nuzzo c.s. (2024), voor jouw oefening | |
| Marzagão (2026), nog niet beoordeeld |
Twee keer Lombardi, en dat is geen fout. Zijn boek uit 1989 wordt niet meer gedrukt. Jiménez en De Paz drukken de formule af met exponent 0,10,2 Mayhew c.s. met 0,13.3
De band waarin jouw 1RM waarschijnlijk ligt
Dit is de band tussen twee mensen die dezelfde set doen. Nuzzo c.s. geven per belasting niet alleen een gemiddelde maar ook hoeveel mensen onderling verschillen: één standaardafwijking is 2,51 herhalingen bij 80 procent van het maximum en 4,37 bij 60 procent.1 Die spreiding hebben wij teruggerekend naar kilo's. Dat omdraaien is onze rekenstap en geen bewering van hen.
Alle tien de formules staan hieronder uitgeschreven, met de bron erbij. Reken het zelf na.
Kort antwoord
- Wat is je 1RM?
- Het zwaarste gewicht dat je precies één keer omhoog krijgt. One repetition maximum, en je kunt het meten door het een keer te tillen en te kijken of het lukt. Al het andere is schatten.
- Hoe bereken je je 1RM?
- Je gewicht maal een factor die uit het aantal herhalingen volgt. Meer doen de klassieke formules niet, en bij 80 kilo en acht herhalingen komen ze uit tussen 96 en 105 kilo.23
- Welke 1RM-formule is de beste?
- Minder belangrijk dan het aantal herhalingen dat je invult. Bij 103 vrouwen zat Lander er over het hele bereik 22,9 procent naast, en bij alleen de sets van tien of minder min 1,1 procent.3
- Hoe nauwkeurig is een 1RM-berekening?
- Op een kilo of tien na. Twee mensen die acht keer 80 kilo bankdrukken, komen volgens de spreiding bij Nuzzo c.s. tussen 94 en 103 kilo uit.1 Vandaar de band hierboven, en niet één getal.
Wat is je 1RM?
1RM staat voor one repetition maximum: het zwaarste gewicht dat je precies één keer omhoog krijgt. Eén herhaling, en een tweede zit er niet in.
Daar valt niets aan te rekenen. Je kunt het tillen, en dan weet je het. Alleen kost dat een opbouw, iemand die meekijkt en een dag waarop het meezit. Die drie vallen zelden samen.
Een schatting doet iets anders. Die neemt een set die je toch al deed, en rekent terug naar de ene herhaling die je niet gedaan hebt.
1RM berekenen: hoe doe je dat?
Twee getallen erin, één getal eruit: het gewicht dat op de stang lag, en het aantal herhalingen dat erin zat.
Daar gaat een factor overheen, en juist daarover zijn de formules het onderling niet eens. Bij 80 kilo en acht herhalingen zegt Epley 101 kilo en O’Conner 96.2 Zelfde set, vijf kilo verschil.
Het rekenwerk is triviaal. Het probleem zit in de factor, en in het aantal herhalingen dat je invult.
De tien formules, zodat je ze zelf kunt nadoen
Hieronder is w het gewicht en r het aantal herhalingen, en alles past op een gewone rekenmachine. Een formule die je niet kunt nadoen, moet je op zijn woord geloven.
| Formule | Rekensom | 80 kg, 8 herhalingen |
|---|---|---|
| Epley (1985) | w × (1 + r/30) | 101 kg |
| Brzycki (1993) | 100w / (102,78 − 2,78r) | 99 kg |
| Lander (1985) | 100w / (101,3 − 2,67123r) | 100 kg |
| Lombardi (1989), exponent 0,10 | w × r^0,10 | 98 kg |
| Lombardi (1989), exponent 0,13 | w × r^0,13 | 105 kg |
| Mayhew c.s. (1992) | 100w / (52,2 + 41,9 × e^(−0,055r)) | 101 kg |
| O’Conner c.s. (1989) | w × (1 + 0,025r) | 96 kg |
| Wathen (1994) | 100w / (48,8 + 53,8 × e^(−0,075r)) | 102 kg |
| Nuzzo c.s. (2024) | tabel opzoeken, per oefening | 96 kg |
| Marzagão (2026) | w × (1 + (r − 1)^0,85 / (−2,55 + 4,58 × ln w)) | 104 kg |
De tien uitkomsten lopen van 96 tot 105 kilo. Onafgerond schelen de hoogste en de laagste klassieke uitkomst 8,8 kilo, en dat is 9,2 procent van die onderste waarde.
De regel van Nuzzo c.s. staat hier met de algemene tabel, en kies je bankdrukken, dan wordt het 98 kilo en bij de beenpers 87.1
Epley (1985) en Brzycki (1993)
Geen van beide komt uit onderzoek. Epley is een gewichtentabel uit een trainingsboek van de University of Nebraska, en de formule is er later uit afgeleid.5 Brzycki stond in een praktijkartikel in een vakblad voor gymdocenten, zonder steekproef en zonder methode.5
Wij hebben geen van beide originelen gelezen. Het artikel van Brzycki gaf op 4 augustus 2026 HTTP 403, oftewel geen toegang, en het boek van Epley wordt niet meer gedrukt.
Lander (1985), Lombardi (1989) en O’Conner c.s. (1989)
Van deze drie kennen wij alleen de vorm. Jiménez en De Paz drukken ze af in hun tabel 1, overgenomen uit een vergelijking van LeSuer c.s. uit 1997.2 Dat artikel gaf op 4 augustus 2026 ook HTTP 403.
Lombardi staat twee keer in de tabel, met 0,10 en met 0,13, en op acht herhalingen schelen die exponenten 6,4 procent.23
Mayhew c.s. (1992) en Wathen (1994)
Mayhew c.s. (1992) is de enige klassieke formule met een eigen steekproef eronder: 435 studenten op de bankdrukbank, 184 mannen en 251 vrouwen.5
Wathen heeft er geen. In de tabel van Mayhew c.s. (2008) staat er een voetnoot bij: de formule is zelf uit een tabel afgeleid.3 Net als die van Epley.
Nuzzo c.s. (2024): een tabel in plaats van een formule
Deze regel is geen formule maar een opzoeking, en hij is de enige die vraagt welke oefening je deed.1
Let op wat wij hier doen. Nuzzo c.s. gaan van belasting naar herhalingen: bij 80 procent van je maximum haalt de gemiddelde mens 9,75 herhalingen.1 Wij draaien dat om en delen je gewicht door het percentage dat bij jouw aantal hoort. Die omkering is onze rekenstap en geen bewering van hen.
Marzagão (2026): het gewicht telt mee
De enige van de tien waarin het gewicht zelf meebepaalt wat een herhaling waard is.5 Hij is geijkt op 303 494 sets van 14 966 gebruikers van een trainingsapp, over 388 oefeningen.5
Tegenover de vier klassieke formules waarmee hij is vergeleken, was hij 17 tot 22 procent consistenter. Dat gold voor alle 183 oefeningen met genoeg data.5
En dan de andere kant. In die 303 494 sets staat geen enkel gemeten maximum, dus er is niets tegen de werkelijkheid nagerekend. Het criterium is interne consistentie, en een formule kan volmaakt consistent zijn en consistent verkeerd.5
Het stuk van Marzagão is bovendien niet beoordeeld door vakgenoten. De auteur staat erin met een e-mailadres van het bedrijf waarvan de data komt.5
Welke 1RM-formule is de beste?
Op die vraag is geen antwoord, en dat ligt niet aan de formules alleen. Het bereik waarop je ze gebruikt doet meer dan de keuze tussen de een en de ander.
Mayhew c.s. (2008) hielden veertien formules tegen een gemeten maximum bij 103 vrouwen, voor en na twaalf weken krachttraining.3 Twee daarvan staan hierboven in de tabel.
| Formule | Over het hele bereik | Tien herhalingen of minder |
|---|---|---|
| Brzycki | 26,7 procent ernaast, spreiding 101,7 procentpunt | min 2,0 procent, spreiding 10,5 |
| Lander | 22,9 procent ernaast, spreiding 70,7 | min 1,1 procent, spreiding 10,5 |
Dezelfde formules, dezelfde vrouwen, ander bereik. Een spreiding van 101,7 procentpunt is geen afrondingskwestie.
De auteurs schrijven er zelf iets bij: de meeste van die veertien formules vermelden geen steekproef en geen afleiding.3 En maar vijf van de veertien geven aan vrouwen in hun materiaal te hebben gehad.3
Hoeveel herhalingen mag je invullen?
Alles tussen twee en tien is veilig gebied. Daarbuiten komt er nog steeds een getal uit, en dat is precies het probleem.
Eén herhaling: dan heb je je maximum al
Vul één herhaling in en er is maar één verdedigbaar antwoord: het gewicht dat je net getild hebt. Een set van één is zelf een maximum.
| Formule | 80 kg, 1 herhaling |
|---|---|
| Brzycki (1993) | 80 kg |
| Lombardi (1989), exponent 0,10 | 80 kg |
| Lombardi (1989), exponent 0,13 | 80 kg |
| Wathen (1994) | 81,04 kg |
| Lander (1985) | 81,11 kg |
| O’Conner c.s. (1989) | 82 kg |
| Epley (1985) | 82,67 kg |
| Mayhew c.s. (1992) | 87,09 kg |
Vijf van de acht klassieke regels geven dus niet je eigen gewicht terug. Mayhew c.s. (1992) zit er 8,9 procent boven, op een gewicht dat je zojuist zelf omhoog hebt gekregen.
Marzagão (2026) geeft er wel 80, want dan is r min 1 nul.5 Nuzzo c.s. geven helemaal niets, want hun tabel houdt op bij 95 procent van het maximum en één herhaling ligt daarboven.1
Boven de tien lopen ze uit elkaar
Hoe lichter het gewicht en hoe meer herhalingen, hoe verder de formules uit elkaar gaan staan. Bij 12 kilo en vijftien herhalingen komen de klassieke formules uit rond 19 tot 20 kilo, en die uit 2026 op ongeveer 25.5
Bij bankdrukken met 100 kilo op vijf herhalingen schelen ze minder dan 2 kilo, dus de onenigheid zit niet overal even hoog.5
Ging die set echt tot het einde?
Elke formule hierboven neemt aan dat er geen herhaling meer in zat. Dat is een aanname over jou, en niet over de rekensom.
Marzagão haalt onderzoek aan waarin mensen te vroeg stoppen terwijl ze denken dat ze aan het eind zitten. Bij mensen met ervaring een tot twee herhalingen, bij minder ervaren vier tot vijf.5
Het aantal dat je invult is dus zelf al een schatting. En die gaat als een gemeten getal de formule in.
Waarom maakt het uit welke oefening je deed?
Omdat het in kilo’s scheelt. Vul je 80 kilo en acht herhalingen in, dan geeft de tabel van Nuzzo c.s. 98 kilo voor bankdrukken en 87 voor de beenpers.1 Dat is 12,9 procent, bij precies dezelfde invoer.
Geen van de acht klassieke formules heeft een veld voor de oefening, dus ze zetten er voor allebei hetzelfde getal neer.
Wat het leerboek zegt, en wat er gemeten is
De tabel die al jaren in een veelgebruikt leerboek staat, noemt per percentage één aantal herhalingen. Nuzzo c.s. legden hem naast hun eigen uitkomsten.1
| Aandeel van het maximum | Leerboek | Nuzzo c.s., algemene tabel |
|---|---|---|
| 90 procent | 4 | 4,94 |
| 80 procent | 8 | 9,75 |
| 70 procent | 11 | 14,80 |
Het leerboek telt dus te weinig herhalingen, en het meest bij de lichte lasten.1 Op 70 procent staat het gemiddelde op 14,80 herhalingen, en niet op elf.
Wat de oefening niet vangt
Richens en Cleather zetten acht gewichtheffers en acht duurlopers op dezelfde beenpers.4 Op 80 procent van hun eigen maximum haalden de lopers 19,8 herhalingen en de gewichtheffers 11,8, en dat verschil hield stand in de toets. Op 90 procent was het 10,8 tegen 7,0, en daar niet.4
Het gat wordt dus groter naarmate de last lichter is. Zestien mensen en één oefening, dus dit is geen schatting voor de rest van de bevolking.
De auteurs noemen zelf een tweede verklaring die zij niet kunnen uitsluiten.4 De lopers waren niet gewend aan zware lasten, en hebben hun maximum mogelijk te laag neergezet.
Hoe nauwkeurig is een 1RM-berekening?
Twee onderzoeken hier hebben een gemeten maximum naast een schatting gelegd, en allebei op de bankdrukbank.
Jiménez en De Paz maten 28 vrouwen van 30 tot 40 jaar zonder ervaring in krachttraining.2 Het echte maximum lag 6,43 procent onder de schatting van Mayhew c.s. (1992) en 14,19 procent onder die van Wathen. Na acht weken training was dat 7,93 en 16,98 procent.2
Beide formules schatten dus te hoog, en na training nog iets meer. Dat geldt voor die twee formules en voor die 28 vrouwen, en over de andere vijf zegt dit onderzoek niets.2
Zet er twee getallen naast elkaar. Bij 80 kilo en acht herhalingen verschillen de klassieke formules onderling 8,8 kilo. Twee mensen die diezelfde set doen, komen volgens de spreiding bij Nuzzo c.s. tussen 94 en 103 kilo uit.1
De onenigheid tussen de formules is dus ongeveer even groot als het verschil tussen twee mensen. Daar helpt geen betere formule tegen.
Wat dit getal niet is
Het is geen meting. Het is de uitkomst van formules die op groepen zijn afgeleid, en van een tabel die wij hebben omgedraaid.1 Wil je je maximum echt weten, dan is er precies één manier, en dat is het tillen.
Het is ook geen trainingsadvies.