Artikelen

Creatine HCl tegen monohydraat

Monohydraat levert 87,9 gram creatine per honderd gram poeder, HCl 78,2. Dat is de deling. Wat er verder over HCl wordt beweerd, houden wij buiten de tabel.

Kort antwoord

Zit er in creatine-HCl meer creatine per gram poeder dan in monohydraat?
Nee, minder. Een gram creatine-HCl is voor 78,2 procent creatine. Een gram monohydraat voor 87,9 procent.1

Heb je minder poeder nodig voor dezelfde hoeveelheid creatine?
Nee, meer. Voor 5 gram creatine weeg je 6,39 gram creatine-HCl af, of 5,69 gram monohydraat. Dat is 12,4 procent meer poeder.1

Lost creatine-HCl beter op dan monohydraat?
Ja, 38 keer beter.2 Maar beter oplossen is niet hetzelfde als beter opnemen. In de twee humane vergelijkingen die wij lazen is opname zelf niet gemeten.45 Wij rekenen creatine-HCl daarom geen opnamevoordeel toe.

Bekijk de creatineprijzen per 100 gram werkzame stof

Voor monohydraat stond het aandeel creatine al vast: 87,9 procent. Het zit achter elke creatineprijs op deze site. Voor creatine-HCl werd het 78,2 procent.1

Daarmee was de deling rond, maar het verhaal niet. Want naast die deling staat een bewering: dat je van creatine-HCl minder nodig hebt.

Die redenering heeft drie schakels: creatine-HCl lost beter op, het zou daardoor makkelijker worden opgenomen, en dus heb je er minder van nodig. De eerste schakel is gemeten. De tweede is in de studies die wij lazen niet gemeten, en zonder die schakel valt de derde weg.

Opname kunnen wij niet narekenen, alleen opzoeken. Dit is dus geen mening over creatine-HCl, maar het huiswerk voor onze eigen tabel.

Wat zit er in een gram poeder

Monohydraat is creatine met water in de kristalvorm. Creatine-HCl is creatine gebonden aan een molecuul zoutzuur.

Het creatinedeel is in beide vormen hetzelfde molecuul. Het extra deel weegt mee op de weegschaal, maar het is geen creatine. En je betaalt per gewicht.

De molmassa, het gewicht van een mol van een stof, is voor creatine 131,13 g/mol. Van monohydraat 149,15 g/mol. Van creatine-HCl 167,59 g/mol.1 Het aandeel creatine is 131,13 gedeeld door de molmassa van de vorm.

Vorm Molmassa Aandeel creatine Per gram poeder
Creatine monohydraat 149,15 g/mol 87,9 % 879 mg
Creatine-HCl 167,59 g/mol 78,2 % 782 mg

87,9 gedeeld door 78,2 is 1,124. Voor dezelfde hoeveelheid creatine heb je dus 12,4 procent meer creatine-HCl-poeder nodig. Wil je 5 gram creatine, dan is dat 6,39 gram creatine-HCl tegen 5,69 gram monohydraat.1

Op een pot van 500 gram: 440 gram creatine bij monohydraat, 391 gram bij creatine-HCl. Scheelt 49 gram.1

Wat dat kost

Wij hebben geen creatine-HCl-producten in onze vergelijking staan. Dit is dus geen marktprijsvergelijking, maar een rekenvoorbeeld.

Bij twee potten van 500 gram met exact dezelfde prijs is creatine-HCl per gram creatine 12,4 procent duurder. Alleen omdat er minder creatine in hetzelfde gewicht poeder zit.1

Hoe wij die deling maken staat op zo rekenen we.

Wat er wel klopt

Creatine-HCl lost beter op dan monohydraat. Dat is waar, en het is gemeten.

Onderzoekers legden zes creatinezouten naast monohydraat. Creatine-HCl loste 38 keer beter op in water.2

Dat is een fors verschil. Alleen gebeurt het in de beker.

Oplossen is geen opnemen

Hier breekt de redenering.

Oplossen betekent dat de stof verdwijnt in het water. Opnemen betekent dat de stof door je darmwand in je bloed komt. Twee verschillende dingen, en het eerste garandeert het tweede niet.

Dezelfde studie testte ook de doorlaatbaarheid, in een celmodel: beide vormen door een laag gekweekte darmcellen. In dat model vond de studie geen significant verschil tussen creatine-HCl en monohydraat.2

De studie die het oplosbaarheidsgetal levert, laat dus niet zien dat creatine-HCl ook beter door dat opnamemodel komt.

Soms duikt ook de claim op dat creatine-HCl 66 procent zou worden opgenomen, tegen 17 procent voor monohydraat.35 Die twee getallen zijn allebei voorspellingen uit een rekenmodel, geen metingen.

In het onderzoek achter die voorspelling kregen ratten alleen monohydraat toegediend. De gemeten opname daarvan was 53 procent bij een lage dosis en 16 procent bij een hoge.3 Creatine-HCl is er niet aan toegediend.

En bij mensen?

Wij lazen zelf twee rechtstreekse vergelijkingen bij mensen, allebei op trainingsuitkomsten en lichaamssamenstelling.45

De eerste studie duurde vier weken, met veertig deelnemers verdeeld over monohydraat, twee doseringen creatine-HCl en een controlegroep. Alle groepen gingen vooruit op de gemeten krachtuitkomst. Tussen de groepen vond de studie geen significant verschil.4

De titel van dat artikel schrijft de verandering in lichaamssamenstelling alleen aan creatine-HCl toe. Dat is een vergelijking binnen de groepen. Tussen de groepen stond er niets.4

De tweede studie duurde acht weken, met veertig deelnemers in vier groepen. Beide vormen deden het beter dan placebo, en creatine-HCl liet geen voordeel zien boven monohydraat. De onderzoekers schrijven zelf dat er op dit moment geen bewijs is om creatine-HCl boven monohydraat te verkiezen.5

Allebei kleine studies. Bij de eerste vielen tien van de veertig deelnemers af, dus bleven er zeven of acht per groep over. En geen van beide heeft gemeten hoeveel creatine er in de spier terechtkwam.

Wat wij ermee doen

Wij rekenen geen enkele creatinevorm een opnamevoordeel toe.

In onze tabel telt hoeveel creatine een gram poeder levert. Voor monohydraat is dat 87,9 procent, voor creatine-HCl 78,2 procent. Dat volgt uit de chemische vorm en verder uit niets.

Dat is geen oordeel over creatine-HCl. Het is de enige regel die wij op elke creatinevorm gelijk kunnen toepassen zonder een opnamegetal te gebruiken dat bij mensen niet rechtstreeks is aangetoond.

Wanneer wij van gedachten veranderen

Dit is geen eindstand. Wat er nodig is:

Komt dat er, dan passen wij de rekenregel aan. En dan zetten wij hier wat er is veranderd en wanneer.

Wat hier niet staat

Wat er wel staat is de deling. 87,9 tegen 78,2. De rest kun je hieronder nakijken.

Bronnen

Klap een bron open en je ziet wat er precies uit dat onderzoek is gebruikt, welke zin uit dit stuk hij draagt, en wat hij uitdrukkelijk niet draagt.

  1. 1National Center for Biotechnology Information. PubChem Compound Summary, CID 586 (creatine), CID 80116 (creatine monohydraat), CID 134732 (creatine hydrochloride). National Library of Medicine, Bethesda MD.stoffendatabank · volledige record gelezen · gelezen 2026-08-02
    Opzet
    Openbare stoffendatabank van de Amerikaanse National Library of Medicine. Geen studie: een naslagwerk met molecuulformule en molmassa per stof.
    Onderzocht bij
    Niet van toepassing. Dit is stofinformatie, geen onderzoek aan mensen of dieren.
    Vergeleken met
    Niet van toepassing.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing.
    Wat er is gemeten
    Molecuulformule en molmassa in gram per mol.
    Wat er is gevonden
    Creatine C4H9N3O2, 131,13 g/mol. Creatine monohydraat C4H11N3O3, 149,15 g/mol. Creatine hydrochloride C4H10ClN3O2, 167,59 g/mol. Opgehaald via de PubChem REST-API op 2 augustus 2026.
    Draagt in dit stuk
    De molmassa van creatine is 131,13 g/mol. Van monohydraat 149,15 g/mol. Van creatine-HCl 167,59 g/mol. Daaruit: een gram creatine-HCl is voor 78,2 procent creatine, een gram monohydraat voor 87,9 procent. En: voor 5 gram creatine weeg je 6,39 gram creatine-HCl af, of 5,69 gram monohydraat, dus 12,4 procent meer poeder. Verder afgeleid uit dezelfde molmassa's: 879 mg tegen 782 mg creatine per gram poeder; 87,9 gedeeld door 78,2 is 1,124; 500 gram monohydraat is 440 gram creatine tegen 391 gram bij creatine-HCl, een verschil van 49 gram; en bij gelijke potprijs is creatine-HCl per gram creatine 12,4 procent duurder.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron zegt niets over opname, oplosbaarheid of wat een vorm in een mens doet. Hij levert alleen de twee getallen waarmee wij delen.
    Belangen en financiering
    Overheidsdatabank, geen commercieel belang.

    https://pubchem.ncbi.nlm.nih.gov/compound/586

  2. 2Gufford BT, Sriraghavan K, Miller NJ, Miller DW, Gu X, Vennerstrom JL, Robinson DH. Physicochemical characterization of creatine N-methylguanidinium salts. Journal of Dietary Supplements 2010;7(3):240-252.primaire studie, in vitro en fysisch-chemisch · alleen abstract gelezen · gelezen 2026-08-02
    Opzet
    Laboratoriumonderzoek. Zes creatinezouten gesynthetiseerd en vergeleken met creatine monohydraat op oplosbaarheid in water en verdelingscoefficient. Daarnaast doorlaatbaarheid gemeten over Caco-2-monolagen, een laag gekweekte menselijke darmcellen die als model voor opname in de darm wordt gebruikt.
    Onderzocht bij
    Geen. Dit is scheikunde en celkweek, geen mens en geen dier.
    Vergeleken met
    Creatine monohydraat.
    Dosering en duur
    Niet van toepassing; dit is geen doseringsonderzoek.
    Wat er is gemeten
    Oplosbaarheid in water, verdelingscoefficient, doorlaatbaarheid over Caco-2-monolagen.
    Wat er is gevonden
    Letterlijk uit het abstract: de oplosbaarheid van de zouten was significant hoger dan die van creatine monohydraat, waarbij het hydrochloride en het mesylaat respectievelijk 38 en 30 keer beter oplosbaar waren. En: afgezien van het citraat, dat een verlaagde doorlaatbaarheid had, waren er geen significante verschillen in doorlaatbaarheid over Caco-2-monolagen.
    Draagt in dit stuk
    Creatine-HCl loste 38 keer beter op in water. En: dezelfde studie testte ook de doorlaatbaarheid in een celmodel, met beide vormen door een laag gekweekte darmcellen, en vond daar geen significant verschil tussen creatine-HCl en monohydraat.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron zegt niets over wat er in een mens gebeurt. Een Caco-2-monolaag is een celmodel en geen darm, en er is niemand iets toegediend. Hij zegt ook niets over een benodigde dosis en niets over een uitkomst van training.
    Belangen en financiering
    Niet vermeld in het abstract. De volledige tekst zit achter een betaalmuur, dus wij hebben de belangenverklaring niet kunnen lezen.

    https://doi.org/10.3109/19390211.2010.491507 · DOI 10.3109/19390211.2010.491507 · PMID 22432515

  3. 3Alraddadi EA, Lillico R, Vennerstrom JL, Lakowski TM, Miller DW. Absolute oral bioavailability of creatine monohydrate in rats: debunking a myth. Pharmaceutics 2018;10(1):31.primaire studie, dier plus simulatiemodel · alleen abstract gelezen · gelezen 2026-08-02
    Opzet
    Ratten kregen oraal 13C-gemerkt creatine monohydraat in een lage dosis (10 mg/kg) of een hoge dosis (70 mg/kg). Plasma- en weefselwaarden gemeten met LC-MS/MS. Daarna is met GastroPlus een fysiologisch onderbouwd farmacokinetisch model gebouwd, en dat model is gebruikt om het verloop voor creatine hydrochloride te voorspellen.
    Onderzocht bij
    Ratten. Geen mensen.
    Vergeleken met
    Lage tegen hoge dosis monohydraat. Creatine-HCl is niet toegediend, alleen gesimuleerd.
    Dosering en duur
    10 mg/kg en 70 mg/kg creatine monohydraat, oraal.
    Wat er is gemeten
    Absolute orale biobeschikbaarheid, plasmaconcentratie in de tijd, creatine in spier- en hersenweefsel.
    Wat er is gevonden
    Gemeten: de absolute orale biobeschikbaarheid van monohydraat was 53 procent bij de lage dosis en 16 procent bij de hoge dosis. Voorspeld door het model, niet gemeten: een Cmax van ongeveer 35 microgram/ml voor HCl tegen 14 voor monohydraat, met een voorspelde biobeschikbaarheid van 66 procent voor HCl tegen 17 procent voor monohydraat.
    Draagt in dit stuk
    In het onderzoek achter die voorspelling kregen ratten alleen monohydraat toegediend. De gemeten opname daarvan was 53 procent bij een lage dosis en 16 procent bij een hoge. De cijfers voor creatine-HCl in datzelfde stuk zijn niet gemeten maar uitgerekend met een rekenmodel; creatine-HCl is er niet aan toegediend. Ook: de claim dat creatine-HCl 66 procent zou worden opgenomen tegen 17 procent voor monohydraat. Beide getallen zijn modelvoorspellingen, ook dat van monohydraat, en dat staat zo in de tekst.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron toont niet aan dat HCl slechter wordt opgenomen, en ook niet dat het beter wordt opgenomen. Hij toont aan dat het HCl-getal een voorspelling is. De gemeten uitkomsten gaan bovendien over ratten, en de auteurs schrijven zelf dat de biobeschikbaarheid van monohydraat dosisafhankelijk is.
    Belangen en financiering
    Niet vermeld in het abstract. Volledige tekst is open access; wij hebben het abstract gelezen en de belangenverklaring niet apart gecontroleerd.

    https://doi.org/10.3390/pharmaceutics10010031 · DOI 10.3390/pharmaceutics10010031 · PMID 29518030

  4. 4de Franca E, Avelar B, Yoshioka C, Santana JO, Madureira D, Rocha LY, Zocoler CAS, Rossi FE, Lira FS, Rodrigues B, Caperuto EC. Creatine HCl and creatine monohydrate improve strength but only creatine HCl induced changes on body composition in recreational weightlifters. Food and Nutrition Sciences 2015;6(17):1624-1630.primaire studie, humaan, gerandomiseerd · volledige tekst gelezen · gelezen 2026-08-02
    Opzet
    Gecontroleerde studie, vier groepen, vier weken krachttraining. Uitgevoerd mei tot oktober 2014 aan de University Sao Judas Tadeu, Sao Paulo. Metingen voor en na.
    Onderzocht bij
    Veertig gezonde deelnemers, beide geslachten, 20 tot 40 jaar, met minstens een jaar traininingservaring. Let op: in de methodesectie staat dat tien deelnemers van de analyse zijn uitgesloten omdat zij niet aan de uitsluitingscriteria voldeden. Effectief blijven er dus ongeveer dertig over, ruwweg zeven tot acht per groep.
    Vergeleken met
    Vier armen: monohydraat 5 g/dag, HCl 5 g/dag, HCl 1,5 g/dag, en een controlegroep met 5 g resistent zetmeel.
    Dosering en duur
    5 g/dag monohydraat, 5 g/dag HCl, 1,5 g/dag HCl. Vier weken.
    Wat er is gemeten
    1RM leg press en bench press, vetmassa en vetvrije massa.
    Wat er is gevonden
    Letterlijk uit het abstract: bij de leg press nam de 1RM in alle groepen significant toe, maar er was geen statistisch significant verschil tussen de groepen. Vetmassa daalde in beide HCl-groepen en vetvrije massa steeg alleen in de HCl-5g-groep, opnieuw zonder verschillen tussen de groepen. De titel van het artikel zegt dat alleen HCl veranderingen in lichaamssamenstelling gaf; dat is een vergelijking binnen groepen, niet tussen groepen.
    Draagt in dit stuk
    De eerste studie duurde vier weken, met veertig deelnemers verdeeld over monohydraat, twee doseringen creatine-HCl en een controlegroep. Alle groepen gingen vooruit op de gemeten krachtuitkomst. Tussen de groepen vond de studie geen significant verschil. Tien van de veertig deelnemers vielen af, dus bleven er zeven of acht per groep over. Ook: de titel van dat artikel schrijft de verandering in lichaamssamenstelling alleen aan creatine-HCl toe, terwijl dat een vergelijking binnen de groepen is. En: in deze vergelijking is opname zelf niet gemeten.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron draagt geen enkele uitspraak dat de ene vorm beter of slechter is dan de andere. Daar is hij te klein en te kort voor, en hij heeft dat verschil ook niet gevonden. Hij draagt evenmin een uitspraak over hoeveel er wordt opgenomen, want dat is niet gemeten.
    Belangen en financiering
    De auteurs verklaren geen concurrerende belangen te hebben. In het dankwoord staat wel dat de supplementen zijn geleverd door GT Nutrition USA en het resistente zetmeel door Orion Pharmacy.

    https://doi.org/10.4236/fns.2015.617167 · DOI 10.4236/fns.2015.617167

  5. 5Eghbali E, Arazi H, Suzuki K. Supplementing with which form of creatine (hydrochloride or monohydrate) alongside resistance training can have more impacts on anabolic/catabolic hormones, strength and body composition? Physiological Research 2024;73(5):739-753.primaire studie, humaan, gerandomiseerd · volledige tekst gelezen · gelezen 2026-08-02
    Opzet
    Gerandomiseerde studie, vier groepen van tien, acht weken krachttraining op 70 tot 85 procent van 1RM. Metingen voor en na.
    Onderzocht bij
    Veertig beginnende krachtsporters van 20 tot 25 jaar, met zes tot twaalf maanden trainingservaring.
    Vergeleken met
    Vier armen: HCl 0,03 g/kg, monohydraat met laadfase (0,3 g/kg gedurende vijf dagen, daarna 0,03 g/kg), monohydraat zonder laadfase (0,03 g/kg), en placebo.
    Dosering en duur
    0,03 g/kg lichaamsgewicht per dag voor beide vormen, plus een laadfase in een van de monohydraatgroepen. Acht weken.
    Wat er is gemeten
    1RM, lichaamssamenstelling, en serumwaarden van onder meer testosteron, groeihormoon, IGF-1 en cortisol.
    Wat er is gevonden
    Letterlijk uit het abstract: beide vormen versterkten de effecten van krachttraining significant ten opzichte van placebo, waarbij HCl geen voordeel liet zien boven monohydraat. In de discussie schrijven de auteurs dat er ondanks claims over hogere oplosbaarheid, biobeschikbaarheid en betere opname op dit moment geen bewijs is dat het gebruik van HCl in plaats van monohydraat ondersteunt, en dat HCl door de veel hogere prijs niet economisch is.
    Draagt in dit stuk
    De tweede studie duurde acht weken, met veertig deelnemers in vier groepen. Beide vormen deden het beter dan placebo, en creatine-HCl liet geen voordeel zien boven monohydraat. De onderzoekers schrijven zelf dat er op dit moment geen bewijs is om creatine-HCl boven monohydraat te verkiezen. Ook: in deze vergelijking is opname zelf niet gemeten. Ook: dat de claim circuleert dat creatine-HCl beter biobeschikbaar zou zijn; deze auteurs leggen die vindplaats zelf vast.
    Draagt uitdrukkelijk niet
    Deze bron zegt niets over opname zelf, want het creatinegehalte in de spier is niet gemeten. Dat noemen de auteurs ook als eerste beperking van hun studie. Hij zegt ook niets over andere leeftijdsgroepen of over langere gebruiksduur.
    Belangen en financiering
    De auteurs verklaren geen belangenconflict. De studie is ondersteund door Scientific Research (A) (20H00574) van het Japanse Ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.

    https://doi.org/10.33549/physiolres.935323 · DOI 10.33549/physiolres.935323 · PMID 39545789

Verder rekenen